Wees niet blind voor Chinese draak

In een casino kan je soms geld verdienen, maar iedere gokker weet dat je er evengoed kan verliezen. `Casino' is ook Italiaans voor chaos. Een passender begrip om geblokkeerde containers vol kleding in onze havens te beschrijven, bestaat niet.

Dat Europa zou worden overspoeld met goedkope textielproducten uit China was voorspelbaar. En wie denkt dat dit beperkt zal blijven tot de textielsector, maakt zich grote illusies. Als we niet reageren, staat dezelfde `casino' de volledige productiesector te wachten, voor zover deze evolutie nog niet bezig is. Het is jammer, maar waar: de historische verantwoordelijkheid ligt voor een groot deel bij de EU-politiek in het algemeen en bij de voormalige handelscommissaris Pascal Lamy in het bijzonder. Deze Fransman heeft vijf jaar de andere kant opgekeken, hoewel hij door experts voldoende werd gewaarschuwd voor een dreigende destructie van het industriële weefsel.

Als textielondernemer met zeshonderd werknemers ben ik niet bang voor het `gele gevaar'. Mijn sector, de zachte vloerbekleding oftewel tapijtsector, zal competitief blijven in Europa. Automatisering, volume en gewicht maken dat de directe loonkosten niet hoger liggen dan transport- en servicekosten. Simpel gezegd: het kost even veel om één vierkante meter te versturen van België naar Engeland dan die te produceren, en dat geldt ook voor de Chinezen. Maar daarom sluit ik mijn ogen niet voor wat rondom mij gebeurt.

Daarbij ben ik een consequent liberaal en geloof in het heil van wereldwijde vrije handel. Voorwaarde is wel dat er faire spelregels zijn. Daar knelt nu net de schoen. Iedereen weet dat de (textiel)productie in China niet marktconform is, want voor het grootste deel wordt geproduceerd in gesubsidieerde privé- en overheidsbedrijven. Er is geen egaal speelveld. En probeer maar eens te exporteren naar een land als India. De invoertarieven zijn er exorbitant hoog en dan spreek ik nog niet over de technieken die de plaatselijke administratie hanteert om de import nog moeilijker te maken. Ik stel mij hierbij trouwens nog altijd de vraag waarom, voor hetzelfde product, de EU toelaat dat zij hier maar gemiddeld 10 procent invoerrechten betalen en wij soms het tiendubbele.

Wanneer gaat men inzien dat China en India economische grootmachten zijn?

De `casinostrategie' kan zo worden doorgeprikt. Eerst wordt onze markt overspoeld door goedkope producten. En wanneer de Europese (textiel)sector kapot geconcurreerd is, worden de prijzen stelselmatig opgedreven. Dit gebeurt in veel sectoren. We moeten liberaal zijn, maar niet blind. De invoerquota's zijn helemaal geen uiting van verkrampt protectionisme zoals sommigen het maar al te graag doen voorkomen, maar een internationaal aanvaard systeem om economische verschuivingen geleidelijk te laten plaatsvinden. Is Europa al vergeten dat ze haar automobielproductie moest verdedigen met de `Poitiers- quota's' in de jaren tachtig?

Slachtoffers van de Chinese trucs zijn overigens niet alleen de Europese bedrijven, maar ook bedrijven in landen als Mexico, Indonesië en Tunesië, die proberen met lage lonen op een meer marktconforme manier te produceren en toch de concurrentie met de Chinese draak niet aankunnen.

Het EU-China-akkoord van 10 juni 2005, dat een gemiddelde groei van 10 procent export naar Europa op jaarbasis toeliet, was een Salomonsoordeel. En deze voorzorgsmaatregel geldt maar voor tien producten: de rest is vrij en de gemiddelde importgroei uit China nadert de vijftig procent op jaarbasis. Acht tot twaalf procent meer invoer was misschien te veel voor de textielproducenten, en zeker niet genoeg voor de gulzige importeurs. Maar het was wel een akkoord. Het feit dat dit akkoord nu ter discussie wordt gesteld is ronduit onverantwoord.

Dat goedkoop textiel uit China goed is voor de portemonnee van de Europese consument is een fabel. Import van meer textiel leidt niet tot prijsdalingen in de winkels. Kijk naar de prijsindexen. Of vraag het aan de consument. Moet de EU toelaten dat de grootdistributie (meer) winsten opstrijkt ten koste van elke langetermijnstrategie? Dat zou onbegrijpelijk zijn.

Pierre Lano is federaal volksvertegenwoordiger in België en lid van de Raad van Bestuur van de Belgische textielfederatie FEBELTEX.

    • Pierre Lano