Vriendschap

Soberder had de titel niet kunnen zijn: Briefwisseling 1951-1987 heet het brievenboek van Gerard Reve en Geert van Oorschot dat gisteren door uitgeverij G.A. van Oorschot gepresenteerd werd. Het is niet zomaar een nieuw brievenboek van Reve, het is vooral het verslag van een vriendschap tussen twee gezichtsbepalende figuren uit de moderne Nederlandse literatuur.

Een fascinerend boek, merkte ik al snel toen ik er 's avonds aan begon. Het kostte me mijn nachtrust om er vandaag iets over te kunnen schrijven, maar ik zou dat geen opoffering willen noemen. De heren onderhielden een gemankeerde vriendschap met zoveel pieken en dalen dat de lezer zich zelden hoeft te vervelen.

Van Oorschot investeerde het meest in deze vriendschap, constateerde columnist Jan Blokker in zijn toespraak bij de presentatie. Al in de briefwisseling met W.F. Hermans was me opgevallen dat de hartelijkheid vooral van Van Oorschot moest komen.

Wat ging er mis in beide vriendschappen?

Geldkwesties spelen er een grote rol in, maar er is méér. Hermans en Reve voelen zich soms ook in de steek gelaten door hun uitgever. Hermans als Van Oorschot het tweede deel van zijn Mandarijnen op zwavelzuur niet wil uitgeven, Reve als Van Oorschot een aanval op zijn werk door J.H.W. Veenstra in Tirade afdrukt. Op zijn beurt voelt Van Oorschot het als verraad als zijn sterauteurs met andere uitgevers in zee gaan.

Hermans stelde zich al snel wantrouwig tegenover Van Oorschot op, maar Van Oorschot en Reve gingen lange tijd zeer close met elkaar om. De breuk in hun vriendschap komt daarom ook voor de lezer onverwachter. Reve klaagt opeens over zijn honorarium en maakt een boek met Johan Polak, een door Van Oorschot gehate collega. Dan gaat het mis. Nog jaren later, in 1979, zal Van Oorschot beduusd opmerken: ,,Ik begrijp nog altijd niet hoe onze wegen zich hebben kunnen scheiden. Ik heb daar veel verdriet van gehad.''

Er komt eind jaren zeventig een, ook door Reve gewilde, verzoening op gang. ,,Dag lieve zoon. Hart gr ook voor de andere zoon, als die dat tenminste ook wil wezen'', schrijft Van Oorschot in januari 1986. ,,Lieve Geert, ik omhels je in tranen, ondanks de afstand'', reageert Reve.

Het kan niet mooier eindigen, zucht de lezer al bijna – om vervolgens ruw naar de compromisloze werkelijkheid teruggevoerd te worden. In juli 1987 spant Reve een kort geding aan tegen Van Oorschot. De brievenbundel bevat een dramatische foto waarop Reve met zijn (nieuwste) uitgever de rechtszaal binnenstapt, terwijl Van Oorschot op de voorste rij met zijn rechterhand Gemma Nefkens afwacht. Reve eist ontbinding van zijn contract, maar de rechter zal Van Oorschot in het gelijk stellen.

Ruim een half jaar later overlijdt Van Oorschot. In zijn laatste brief aan hem, op 2 juni 1987, schrijft Reve: ,,Geachte Mevrouw, geachte Heer, Hierbij heb ik de eer bij u te bestellen 1 (één) paperback exemplaar van Het opperwezen van K. van het Reve. (Voluit: Over de slechtheid, etc.) Inmiddels verblijf ik, hoogachtend, Gerard Reve.''

Een brief kil als de dood zelf.

    • Frits Abrahams