Vluchtelingen klagen over hun arbeidspositie

Voor veel vluchtelingen valt het leven in Nederland niet mee. Ze vinden moeilijk werk en zijn vaker dan autochtonen afhankelijk van een uitkering.

Veiligheid en vrijheid. Dat is wat ik in Nederland heb gevonden, zegt circa 95 procent van de vluchtelingen die hier langer dan een jaar wonen. Maar het opbouwen van een nieuw leven valt niet mee. Slechts 30 procent van de asielzoekers heeft werk. En 75 procent is voor zijn levensonderhoud geheel of gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Tweederde van hen zegt financiële problemen te hebben, tegenover 13 procent van de autochtone Nederlanders. Ook zouden ze wel meer contacten willen hebben met Nederlanders. 64 Procent gaat vooral om met mensen uit het land van herkomst.

Het zijn uitkomsten uit de IntegratieBarometer 2005 die VluchtelingenWerk Nederland vandaag presenteert. Het is het eerste uitgebreide onderzoek naar de sociale en economische integratie van vluchtelingen in Nederland. VluchtelingenWerk vindt dat de vicieuze cirkel van werkloosheid, armoede en beperkte integratie doorbroken moet worden. Vluchtelingen moeten de kans krijgen om met behoud van een uitkering een opleiding te volgen, aldus de organisatie. Nu moeten ze na het verkrijgen van een verblijfsvergunning onmiddellijk op zoek naar werk. VluchtelingenWerk schat dat er 200.000 asielmigranten in Nederland wonen – mensen die nog in de asielprocedure zitten, al een verblijfsvergunning hebben of familieleden hebben die hen in de afgelopen decennia zijn nagereisd.

Slechts drie van de tien vluchtelingen zeggen dat gedurende de eerste tijd in Nederland hun gezondheid is verslechterd. Maar vrijwel iedereen benadrukt dat het gedwongen wonen in een asielzoekerscentrum, gebrek aan privacy, het geringe leefgeld en het gedwongen niets doen, veel stress heeft veroorzaakt. Volgens de IntegratieBarometer duurde voor bijna de helft van de vluchtelingen (41 procent) de asielprocedure drie tot vijf jaar. 14 Procent wachtte zes tot tien jaar en drie procent zelfs langer. Een kwart van de vluchtelingen kwam alleen. Nadat ze een verblijfsvergunning kregen duurde de procedure om hun vrouw en kinderen naar Nederland te halen gemiddeld nog 2,8 jaar. Ruim de helft wacht of wachtte zelfs langer dan vijf jaar op die hereniging.

Desondanks voelt tweederde van de vluchtelingen zich redelijk thuis in Nederland, constateert het onderzoeksbureau Regioplan dat voor de IntegratieBarometer 200 vluchtelingen ondervroeg. Elf procent heeft nog geen verblijfsvergunning.

Maar thuis voelen betekent niet dat iedereen het ook leuk vindt in het nieuwe land. De frustraties betreffen vooral de arbeidsmarkt. Vluchtelingen krijgen moeilijk een baan – vaak onder hun niveau. Ze moeten dan ook nog steeds van weinig geld rondkomen. Zelfs als ze al heel lang in Nederland wonen. Dat geldt zowel voor Iraniërs, die van alle vluchtelingen het best zijn opgeleid, als de Somaliërs, die nauwelijks tot geen scholing hebben. Wie wel een baan vindt heeft dat vooral te danken aan het behalen van een Nederlands diploma. Volgens de geïnterviewden tellen werkervaring en opleiding in het land van herkomst nauwelijks voor Nederlandse werkgevers. Bijna eenderde van de vluchtelingen volgde dan ook een opleiding – 27 procent op mbo-niveau, en 19 procent op hbo- of universitair niveau. Van hen vond circa tweederde uiteindelijk werk. Maar minder dan de helft heeft een vast dienstverband.

Ook de verblijfsduur in Nederland is een belangrijke factor bij het vinden van betaald werk. Zo heeft 62 procent van de vluchtelingen die langer dan tien jaar in Nederland is een baan, tegenover 21 procent die hier tussen de vijf en tien jaar woont. Maar desondanks blijft driekwart van de vluchtelingen geheel of gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Volgens de IntegratieBarometer hebben ,,al met al maar weinig vluchtelingen een stabiele werkomgeving''.

Tevens werden 523 Nederlanders ondervraagd hoe zij over vluchtelingen denken. Een meerderheid (57 procent) meent dat ze onder voorwaarden toegang tot Nederland mogen krijgen, 18 procent wil ze helemaal niet toelaten.

    • Froukje Santing