Sharon is slechts uit op eigen veiligheid

Gaza is nu vrij van kolonisten, maar als Israël Gaza zal gebruiken als een grote gevangenis of als wisselgeld voor de veel serieuzere geschillen met de Palestijnen, bijvoorbeeld de status van Jeruzalem, dan zullen maar weinig Palestijnen de strijd tegen Israël willen opgeven, menen Paul Aarts en Fadi Hirzalla.

Salomon Bouman is optimistisch over het Israëlisch-Palestijnse conflict (Opiniepagina, 6 september). Hij zoekt verrassingen en goede verwachtingen in de marge, terwijl de kern van het conflict steeds problematischer wordt.

Bouman maakt gewag van Israëls besluit om de bewaking van enige grenzen van Gaza over te laten aan Egypte. Interessant, maar alleen als Israël wezenlijke concessies doet aan de Palestijnen.

Inmiddels zijn achtduizend kolonisten uit Gaza teruggetrokken en vier kleine nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever ontmanteld, en dat zíjn concessies, maar er verblijven nog altijd ongeveer vierhonderdduizend kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem. Van hetzelfde laken een pak is Israëls bouw van een afscheiding (ten dele een muur, ten dele een hek) op Palestijns gebied. Het is niet fraai, maar best te begrijpen dat Israël uit veiligheidsoverwegingen een afscheiding bouwt. Echter, deze afscheiding wordt goeddeels buiten de `groene lijn' gebouwd.

Bouman beoordeelt Israëls terugtrekking uit Gaza als een ,,politieke opening naar een vergelijk met de Palestijnen''. Maar dan wel een piepkleine opening. Gaza is nu vrij van kolonisten, maar als Israël Gaza zal gebruiken als een grote gevangenis of als wisselgeld voor de veel serieuzere geschillen met de Palestijnen – ten aanzien van de Westelijke Jordaanoever, de status van Jeruzalem en de Palestijnse vluchtelingen – dan zullen maar weinig Palestijnen de strijd tegen Israël willen opgeven. Netanyahu, een verwoed tegenstander van het Gazaplan, toont zich dan ook een visionair man door een ,,Gaza als terreurbasis'' te verwachten.

De voldongen feiten indachtig, lijken Sharon en zijn vrienden erop uit te zijn eerst en vooral de eigen veiligheid te garanderen en Oost-Jeruzalem en grote delen van de Westelijke Jordaanoever te annexeren. Daarbij dient het verzet van de Palestijnen te worden gebroken door demoralisatie, verjaging en vernietiging van infrastructuur.

De zogeheten `routekaart naar vrede' biedt Israël alle ruimte voor dit beleid. Deze gaat immers niet alleen volstrekt voorbij aan de Israëlische afscheiding en nederzettingen, maar is ook vergeven van mistige woorden, regelt geen neutrale monitor die toeziet op de uitvoering van maatregelen, laat staan een autoriteit die partijen op één of andere wijze kan straffen als ze een loopje nemen met gemaakte afspraken. Dat is niet bepaald het beste recept voor dit conflict waarin bijna elke politieke waarheid gepaard gaat met andere leugens. Laten we ook de woorden van Dov Weisglas (Sharons raadgever) in gedachte houden. Hij zei twee jaar geleden dat Gaza de `formaldehyde' was om het vredesproces, c.q. de routekaart te kunnen neutraliseren.

Desondanks hebben ook Abbas cum suis de routekaart geaccepteerd. Zij moeten resultaten zien te boeken voor de Palestijnen en tegelijkertijd niet `irrelevant' worden verklaard door Israël en zijn bondgenoten. In dat licht was het accepteren van de routekaart nodig. Dat het plan in zeer moeilijke of onmogelijke opdrachten voor de Palestijnse Autoriteit (PA) voorziet, wordt op de koop toegenomen. Zo moeten de Palestijnen eerst ontwapenen, voordat verder gepraat wordt met Israël over concessies. Dat is in de ogen van veel Palestijnen echter geen optie: als een dief je huis binnendringt, dan is het toch aan de dief te vertrekken, niet aan de bewoner van het huis om eerst zijn wapen neer te leggen? Volgens Bouman niet: die verklaart op onnavolgbare wijze dat het initiatief nu toch echt bij de Palestijnen ligt.

Daarmee miskent hij – net als de routekaart – dat de Palestijnse Autoriteit zich beweegt in een politiek systeem dat haast onwerkbaar gefragmenteerd is. Zodra de PA geen concrete resultaten boekt, zullen de oppositionele facties aan populariteit winnen en zal de routekaart aan legitimiteit inboeten, waardoor de broodnodige democratische hervormingen – een andere opdracht van de routekaart – ook onder druk komen te staan.

Boumans stelling dat Israël (ook een bewapend) Hamas moet erkennen als politieke partner in vredesoverleg, getuigt dan ook van realiteitszin. Hamas beëindigde maart jongstleden een traditie door aan te kondigen mee te willen doen aan de Palestijnse parlementsverkiezingen die op 17 juli 2005 zouden plaatsvinden, maar Abbas kondigde begin juni aan deze verkiezingen uit te stellen tot januari 2006. In het hypothetische geval dat er echte parlementsverkiezingen worden gehouden, er een evenredige machtsverdeling tussen de verkozenen komt, en een corruptievrije regering met echte bevoegdheden en middelen klaar voor de start zou zijn, dan is het te verwachten dat Israël geen Palestijnse regering accepteert waarin Hamas een rol speelt. De Palestijnen lijken gedoemd tot verdeeldheid, hetgeen hun zaak niet ten goede komt: verdeling van middelen laat `de vijand' heersen, weet ook Israël.

En zo zal geschieden. De Palestijnen lijken een politieke dood te sterven. Een zichtbaar langzame dood bovendien. Er zijn al héél lang Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden en nooit grepen de wereldmachthebbers écht in. Het meest waarschijnlijke scenario voor de komende jaren blijft vrijwel ongewijzigd: ver-Israëlisering van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem en misschien af en toe een Palestijnse aanslag op Israëlische doelwitten. En steeds zullen de betrokken partijen elkaar betichten van terrorisme. Niks nieuws dus. Er is dan ook niet écht reden voor Boumans verbazing, laat staan voor zijn goede verwachtingen.

Paul Aarts doceert internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Fadi Hirzalla is politicoloog. Beiden zijn bestuurslid van NIPI, het Nederlands Instituut Palestina/Israël.

    • Paul Aarts
    • Fadi Hirzalla