`Recht op geld voor gestrande passagier'

Luchtvaartmaatschappijen moeten reizigers, die de dupe worden van vertragingen onder bepaalde voorwaarden compensatie bieden. Dat concludeerde advocaat-generaal L.A. Geelhoed van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen.

De Europese regelgeving die passagiers bepaalde rechten geeft, onder meer in geval van vertraging en annulering van vluchten, is volgens Geelhoed geldig. Hij verwierp alle argumenten die de internationale luchtvaartorganisatie IATA, de Europese organisatie van lowbudget-maatschappijen ELFAA en de firma Hapag-Lloyd Express tegen de Europese regelgeving hebben aangevoerd.

Het standpunt van de advocaat-generaal is niet bindend voor het Hof, het geldt als voorstel aan de rechters. Hun beslissing volgt later, waarschijnlijk nog dit jaar.

Begin vorig jaar stelde de Europese Unie regels op voor hulp en compensatie voor luchtreizigers, die ernstige vertraging oplopen of hun vlucht helemaal geannuleerd zien. Ze hebben betrekking op schadeloosstelling, vervangende tickets, maaltijden, hotelkosten, telefoonkosten en dergelijke. De vergoeding varieert van 250 euro voor vluchten tot 1.500 km, 400 euro voor vluchten binnen de EU van meer dan 1.500 km, alsmede voor vluchten van 1.500 tot 3.500 km naar overige bestemmingen, en van 600 euro voor alle andere vluchten.

De IATA, die wereldwijd 270 luchtvaartmaatschappijen vertegenwoordigt, de ELFAA, die 10 Europese prijsbrekers verenigt, en Hapag-Lloyd Express tekenden bij de Britse rechter bezwaar aan tegen de Europese regelgeving. De Britse rechter legde de zaak voor aan het Europese Hof in Luxemburg, de hoogste instantie in het Europese recht.

Beide luchtvaartorganisaties voerden onder andere aan dat de Europese regels strijdig zijn met de Conventie van Montreal, die gaat over de aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen bij vertragingen. Maar volgens advocaat-generaal Geelhoed zijn de EU-regels veeleer aanvullend.

Geelhoed verwerpt ook het bezwaar dat de Europese regels buitensporig zijn, zoals de luchtvaartorganisaties beweerden. Het lijdt geen twijfel dat de verplichting tot schadeloosstelling, die uit de Europese regels voortvloeit, ,,passend en proportioneel'' is voor de ergernis en het ongemak die passagiers ondervinden van vertragingen of annuleringen.

Tenslotte snijdt volgens de advocaat-generaal ook de kritiek van ELFAA geen hout dat de Europese regels discriminerend zijn voor het luchtverkeer in vergelijking met andere vormen van vervoer. Volgens Geelhoed is het verschil tussen luchtverkeer en overig vervoer zó evident, dat onderscheid in behandeling van gedupeerde passagiers gerechtvaardigd is.