`Protocollen worden slecht nageleefd'

Er wordt veel geld en moeite gestoken in richtlijnen voor artsen. Maar medici houden zich er vervolgens slecht aan.

Wees terughoudend met het voorschrijven van slaapmiddelen, zo staat in de richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Ze hebben bijwerkingen, werken al na een paar weken minder goed, en patiënten raken eraan verslaafd. Geef liever tips voor een goede nachtrust. Maar wat doen huisartsen volgens onderzoek van Gert Westert? Voor driekwart van de patiënten die voor het eerst met slaapklachten op consult komen, schrijven ze een recept uit voor een slaapmiddel. Westert, sinds juni hoogleraar Kwaliteit van Huisarts- en Ziekenhuiszorg aan de Universiteit van Tilburg: ,,Uiteindelijk is dat slecht voor de patiënt.''

Westert spreekt vandaag over het naleven van behandelrichtlijnen op het lustrumsymposium van Tranzo, het onderzoekscentrum voor de zorgpraktijk aan ziin eigen universiteit, de Universiteit van Tilburg. Hij publiceerde zijn resultaten eerder in Huisarts & Wetenschap (mei).

Hoe vaak komt het voor dat behandelprotocollen niet worden nageleefd?

Westert: ,,In de Verenigde Staten is dat vijf jaar geleden geanalyseerd. Toen bleek dat de richtlijnen maar in de helft van de gevallen worden opgevolgd. En ik denk er in Nederland nog minder dwang is dan in de VS om volgens de richtlijnen te werken. De rol van de verzekeraars is daar groter, en er heerst meer een claimcultuur.

,,Ik heb zelf meegewerkt aan de Tweede Nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk, waaruit vorig jaar bleek dat Nederlandse huisartsen in 74 procent van de gevallen de protocollen volgen. Maar de Nederlandse Hartstichting meldde twee jaar geleden bijvoorbeeld dat cardiologen maar aan 11 procent van de Europese patiënten met een acuut hartinfarct de voorgeschreven dotterbehandeling gaven. Dat geeft minder goede patiëntenzorg. De richtlijnen worden opgesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek, en door de artsen zelf – dus zouden ze het er in principe mee eens moeten zijn.''

Waarom negeren artsen ze dan?

,,Er zijn een paar redenen. Het lukt de artsen vaak niet om, in de hectiek van het medisch bedrijf, de nieuwe richtlijnen bij te houden en toe te passen. Maar ze zijn ook bang om door te schieten in een soort kookboekgeneeskunde. Ze vinden vaak dat de algemene voorschriften niet van toepassing zijn voor de individuele situatie van hun patiënten. En deels is het ook onwil om autonomie op te geven. Gevolg is dat artsen de richtlijnen liever zien als een optie, niet als de standaard. Terwijl ik soms denk: een piloot kan een protocol volgen, waarom een arts dan niet?''

Hoe zou dat kunnen veranderen?

,,Een Australisch kinderziekenhuis heeft vijf jaar geleden veel succes gehad bij de invoering van een nieuwe richtlijn voor astmabehandeling: na drie maanden werd al 95 procent van de patiënten op de voorgeschreven manier behandeld. Wat de doorslag gaf was dat alle betrokkenen, dus niet alleen de artsen, bij de invoering werden betrokken. Verplegers hielpen bij het opstellen van de richtlijn, in het ziekenhuis werden workshops gehouden waaraan bijvoorbeeld ook verplegers, mantelzorgers en apothekers deelnamen, en via de media werden ook de patiënten ingelicht. In Nederland is de arts nog te veel de centrale figuur.''

Maar zo zijn onze ziekenhuizen toch ook georganiseerd?

,,Ja, dat is zeker zo. Er zijn dus nog veel hobbels te nemen voor je aan zo'n integrale aanpak kan beginnen. Het probleem is dat artsen niet gewend zijn dat iemand bij ze in de keuken kijkt.''

    • Hester van Santen