Premier Albanië heeft bij zijn aantreden al ruzie

Deze week, zo is de bedoeling, treedt in Albanië premier Sali Berisha aan, met een door zijn Democratische Partij gedomineerde regering. Er is nu al ruzie.

De nieuwe Albanese regering van premier Sali Berisha treedt aan met ruzie. Niet met de socialisten – dat zou geen nieuws zijn, omdat Berisha's Democraten en de socialisten van zijn voorganger Fatos Nano elkaar al vijftien jaar te vuur en te zwaard bestrijden – maar met de president van het land, Alfred Moisiu.

Dat is bijzonder, omdat Moisiu zich maar zelden met de politiek bemoeit en geen politieke ambities koestert. In Albanië heeft de president vrijwel geen bevoegdheden. Hij houdt er een stafje van vijftig man op na en hoort in principe boven de partijen te staan. De 76-jarige Moisiu heeft een besmet verleden: hij klom al in de vroege jaren tachtig, dus tijdens het steentijdsocialisme van Enver Hoxha, op tot onderminister van Defensie, viel vervolgens in ongenade en werd naar de provincie verbannen. Toch is Moisiu nu de eerste president in het democratische Albanië die ook daadwerkelijk boven de partijen staat, reden voor veel Albanezen om hem te beschouwen als een morele factor van formaat in het van luide ruzies en wild geraas vergeven landsbestuur. De enige morele factor wellicht, want de enige politicus die dat misschien ook van zichzelf kan zeggen is burgemeester Edi Rama van Tirana.

Gisteren riep Moisiu de nieuwe premier op niet de fout te herhalen die hij in 1992, toen hij president werd, heeft gemaakt: toen zuiverde de kersvers aangetreden Berisha het hele overheidsapparaat van door de socialisten benoemde ambtenaren. Het was zijn eerste grote fout – er zouden er nog vele volgen voordat hij, inmiddels allang niet meer de democraat die hij in 1992 nog was, in 1997 in het schandaal van de dubieuze investeringsfirma's met schande overladen als president het veld moest ruimen.

Ditmaal, aldus Moisiu gisteren, moet de nieuwe regering zorgen voor continuïteit in het landbestuur. ,,Elke radicale verandering, vooral in strategische sectoren van staat en samenleving als politie, leger, diplomatieke dienst, de rechtspraak, de economische sector, onderwijs en gezondheidszorg, zou het land met een zware hypotheek opzadelen'', aldus de bejaarde president.

Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Sali Berisha gehoor geeft aan die oproep – daar is hij de man niet naar. In Albanië is politiek geen zaak van compromissen, maar nog heel erg een zaak van alles-of-niets. Geen wonder dat Moisiu tijdens zijn toespraak in het parlement Berisha gisteren óók opriep ,,een eind te maken aan de mentaliteit van de eenpartijstaat'' die Albanië's ,,fragiele democratie'' permanent bedreigt: ,,Ik roep u op alles te doen om een breuk te maken met deze negatieve erfenis van het verleden.''

Op nog een tweede punt ligt Berisha overhoop met Moisiu. Volgens het blad Koha Jonë is sprake van ,,een geheime botsing'' tussen beiden over de vraag wie op 13 september namens Albanië de opening van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijwoont. Moisiu wil als staatshoofd naar New York. Maar Berisha wil ook: er zijn dan in New York veel internationale staats- en regeringsleiders, en ,,Berisha ziet dit als een perfecte kans wereldleiders te ontmoeten nu de internationale gemeenschap zijn verkiezing tot premier niet met enthousiasme lijkt te hebben verwelkomd'', aldus Koha Jonë, verwijzend naar de opluchting waarmee die internationale gemeenschap in 1997 de autoritaire president zag vertrekken en de scepsis waarmee ze hem nu als premier ziet terugkeren.

Volgens een demissionaire socialistische minister heeft Berisha de afgelopen weken de centrale kiescommissie en de president onder zware druk gezet om haast te maken met de bekendmaking van de officiële uitslag van de parlementsverkiezingen, zijn aanwijzing als premier en de installatie van de nieuwe regering. Zolang hij geen premier is, kán hij immers zijn land in New York niet vertegenwoordigen. De druk had resultaat: op 1 september kwam de officiële uitslag, een paar dagen later werd Berisha premier en deze week nog wordt de nieuwe regering beëdigd. Net op tijd voor New York.

Alleen: of het Moisiu is die daarheen gaat, of Berisha, is nog niet duidelijk. Als ze beiden gaan, wil Moisiu hoe dan ook delegatieleider zijn.

    • Peter Michielsen