Moslims kwijnen in schaduw `Beslan'

Het gijzelingsdrama van Beslan van vorig jaar speelt de moslims in de noordelijke Kaukasus nog steeds parten: zij worden geassocieerd met het drama. Velen bekeren zich onder druk tot het christendom.

Het is een heel dun geluidje, de oproep tot het gebed die vijfmaal daags uit een minaret van de moskee van Vladikavkaz klinkt. Sinds de slachtpartij in het naburige Beslan, waar moslimextremisten overwegend christelijke kinderen gijzelden en vermoordden, klinkt het geluid van de azzan gedempt en komt het nauwelijks meer boven het geraas van de rivier Terek uit.

Slechts zo'n honderd man bidden vrijdag in deze moskee, begin vorige eeuw gebouwd door een steenrijke oliemagnaat. Het is de enige sunnitische moskee in Vladikavkaz, een stad met op papier tienduizenden moslims. Beslan eist zijn tol, erkent imam Aslan Jelkanov: het is stiller geworden. Sommige moslims blijven weg uit angst, want er zijn gelovigen gemolesteerd door ,,mannen onder invloed van wodka en marihuana''. Anderen bekeerden zich tot het christendom.

Imam Jelkanov: ,,Ossetiërs zijn halve heidenen, christendom noch islam heeft diep wortel geschoten bij ons. Daar kwam zeventig jaar atheïsme onder de Sovjet-Unie bij.'' Noord-Ossetië kent veel papieren moslims, die wodka drinken en nooit een moskee van binnen zien. Het worden er ook steeds minder. Jelkanov: ,,Veel moslims worden door familie, vrienden of hun baas onder druk gezet zich te bekeren tot het christendom.'' En door missionarissen, zegt een jonge moslim opgewonden. ,,Die grijpen hun kans, dat is een feit.''

De Kaukasische deelrepubliek Noord-Ossetië kent van oudsher een grote moslimminderheid: schattingen lopen op tot dertig procent. Een deel is Ossetisch, anderen zijn Ingoesjetiërs, het aan de Tsjetsjenen verwante buurvolk dat in het oosten zijn eigen deelrepubliek heeft.

Vladikavkaz was ooit een half-Ingoesjetische stad. Dat veranderde in 1992, toen jaren van landjepik en klein geweld tussen Ossetiërs en Ingoesjetiërs escaleerde in een vijfdaags oorlogje. Met hulp van Russische troepen verjoegen de overwegend christelijke Ossetiërs de ruim vijftigduizend Ingoesjetiërs. Er vielen zeker vijfhonderd doden. Door de Tsjetsjeense oorlogen en de opkomst van islamitische extremisme verdiepte het wantrouwen tegen de islam zich onder Ossetiërs, sinds eind achttiende eeuw de trouwste vazallen van Moskou in de Kaukasus. En toen volgde het bloedbad in school nummer 1 in Beslan.

Dat krijgsheer Sjamil Basajev zijn mannen naar Beslan dirigeerde, had als nevendoel de oude wonden tussen Ingoesjetiërs en Ossetiërs open te rijten en mogelijk een nieuwe oorlog te provoceren. Onder de terroristen bevonden zich veel Ingoesjetiërs, al is hun aantal nog steeds niet bekend. Moskou beklemtoont liever dat de strijdgroep ook Tsjetsjenen, Tataren, een Arabier en een tot de islam bekeerde Rus bevatte. Alles om een nieuwe Kaukasische oorlog te voorkomen.

Toch zette Noord-Ossetië zich vorig jaar schrap voor een nieuwe geweldsgolf. Prefect Vladimir Pisarenko sliep wekenlang in zijn kantoortje om brandjes te blussen. Deze Oekraïener is de baas in het Ingoesjetische dorp Katsa, onder de walm van de zware industrie van Vladikavkaz. De Ingoesjetiërs van Katsa zijn inmiddels grotendeels teruggekeerd en hebben hun huizen met staatssubsidie weer opgebouwd. Maar in hun dorpje wonen naast Ingoesjetiërs alleen Russen, Georgiërs en Armeniërs. Geen Ossetiër. ,,Angst en haat is de ziekte van de Kaukasus'', zegt Pisarenko.

Als de mensen van Katsa al werk hebben, is dat meestal in buurrepubliek Ingoesjetië. Prefect Pisarenko organiseerde vorig jaar in het kader van de etnische verzoening een banenmarkt voor Ingoesjetiërs. Hij zette advertenties in Ossetische kranten: wie durft een baan te geven aan een bewoner van Katsa? Met moeite wist hij achttien banen bijeen te sprokkelen. ,,Maar toen bleek dat maar twaalf Ingoesjetiërs in Vladikavkaz durfden te werken'', zegt hij. Na Beslan vielen ook die twaalf af.

Katsa zette zich tijdens Beslan schrap voor het ergste. Kinderen gingen uit logeren bij familie over de grens, dertig Ingoesjetische inwoners boden aan de plaats van de kinderen in de sportzaal in te nemen. Na het bloedbad wist de politie een bende Ossetiërs met moeite uit het dorp te houden. Toen de rouw voorbij was werd gevreesd dat de Ossetiërs de kalasjnikovs uit de kelder zouden halen om wraak te nemen. Het bleef bij slogans, en verhitte debatten bij de kruidenier en apotheek.

Vanwaar die Ossetische zelfbeheersing? In de Kaukasus kan een kroeggevecht al uitlopen op een pogrom, laat staan de moord op 186 kinderen. ,,Ik denk dat iedereen begreep dat wraak precies was wat de terrorist Basajev wilde'', denkt Pisarenko. ,,Bovendien: de gruwel van Beslan leverde veel internationale aandacht, sympathie en solidariteit op. Dan ga je geen moslimkinderen doden uit wraak. Het is moeilijk moorden als de hele wereld toekijkt.''

De Ossetische moslims bevinden zich in een nog lastiger parket dan de Ingoesjetiërs: veel landgenoten zien hen als verraders. ,,We sterven zo nog uit. Satan heeft terroristen gezonden om de islam van binnenuit te vernietigen'', peinst de stokoude mullah Vladimir Gavisov uit Beslan. Hoewel zijn stadje eens een moslimdorp was, schat hij dat er nog hooguit veertig moslimfamilies over zijn. Tekenend is dat ouders van moslimkinderen die in de sportzaal stierven, ze volgens orthodox-christelijke rite lieten begraven.

Toch droomt Mullan Gavisov van een islamitische renaissance, te beginnen met de restauratie van de oude moskee van Beslan. De Sovjets gebruikten de moskee als melkfabriek, zware machinerie heeft diepe barsten in de muren gestampt. ,,Het is een ruïne'', zegt Gavisov. ,,Misschien dat een rijke Nederlandse moslim ons financieel wil steunen.'' Dat het geen moment is om een moskee te openen in Beslan, wil er bij de mullah niet in. ,,Als ik zo denk, erken ik dat terroristen moslims zijn. Maar het is satansgebroed, en al hun slachtoffers bevinden zich nu bij Allah in het paradijs.''

Onder de Ossetische moslims zijn ook extremisten: Vladimir Chodov, een terrorist die zich opvallend wreed gedroeg in Beslan, was een lokale moslim. Aanhangers van een striktere islam dan die van de `Spirituele Raad van Moefti's', die sinds de sovjettijd de gelovigen controleert, worden nu vervolgd. Jermak Tegajev, leider van deze `niet-officiële moslims', verdween op 2 februari achter de tralies nadat agenten 270 gram springstof met slaghoedjes, extremistische lectuur en videobanden bij hem vonden. Zelfs de rechter vermoedt dat de agenten het bewijs zelf hebben `geplant'. In Vladikavkaz gaan geruchten dat de centrale moskee binnenkort sluit onder het mom van een restauratie, die zich dan jarenlang voortsleept.

De Noord-Ossetische moefti Marat Davkazachov zegt vrijdag op een bankje vol grijze baarden een gebed op voor Beslan. Zelf mag hij niet naar Beslan om bloemen te leggen: men vreest ongeregeldheden. ,,De islam heeft veel moreel gezag verspeeld'', erkent hij. En lokale priesters weigeren de moefti in het kader van de religieuze verzoening te ontmoeten. ,,Wij leven langs elkaar heen. De verhoudingen zijn verhard.''