Meer medicijnen voor Derde Wereld

De komende vijf jaar zijn veel meer nieuwe medicijnen te verwachten voor ziektes die vooral in ontwikkelingslanden slachtoffers eisen. Vooral publiek-private samenwerking is daarvoor verantwoordelijk. Dat blijkt uit een rapport van de London School of Economics dat gisteren verscheen.

Volgens de telling van Britse economen bestonden er eind 2004 wereldwijd 63 projecten voor de ontwikkeling van medicijnen voor ziektes als malaria, aids en tbc. Naar verwachting leveren die binnen vijf jaar 8 of 9 bruikbare middelen op, als wordt uitgegaan van de gemiddelde effectiviteit van dit type onderzoek. Ter vergelijking: tussen 1975 en 1999 kwamen slechts 13 nieuwe medicijnen voor zulke aandoeningen op de markt.

De studie werd gedaan in opdracht van de Britse Wellcome Trust, een onafhankelijke geldschieter voor medisch onderzoek.

De toename van de ontwikkelingsactiviteit komt vooral voor rekening van publiek-private projecten (ppp's), waarbij organisaties zonder winstoogmerk samenwerken met de farmaceutische industrie. Driekwart van de onderzochte projecten is zo opgezet. Twee maanden geleden werd op de G8-top in Gleneagles nog besloten om juist via ppp's te investeren in medicijnen voor de Derde Wereld.

De ppp's leveren waarschijnlijk de grootste voordelen op voor patiënten in ontwikkelingslanden, zijn het meest kosteneffectief en werken sneller dan projecten die alleen door bedrijven worden uitgevoerd. Steeds vaker zoekt de farmacie samenwerking, schrijven de economen. Multinationals denken vooral aan hun imago, voor kleinere bedrijven is de ontwikkeling ook commercieel interessant.