Meer markt lost armoede niet op

Het is simplistisch te veronderstellen – zoals Ferdinand van Dam in deze krant van 1 september doet – dat het met de armoede in de `opkomende economieën' wel los zal lopen, als ze van de rijke landen de ruimte krijgen zich voluit in de mondiale concurrentiestrijd te laten gelden.

Van Dam merkte dit op met het oog op de tussentijdse evaluatie van de Millenniumdoelen, die op de agenda staat van de komende topconferentie van en over de VN. Een van die doelen is halvering in 2015 van het aantal mensen in de wereld dat in extreme armoede leeft, maar Van Dam is ook optimistisch gestemd over de andere (overwegend sociale) doelen in die specifieke groep landen. Het directe verband dat Van Dam hier legt tussen een versterking van de concurrentiepositie op de wereldmarkt en de verdwijning van grote armoede is nogal twijfelachtig. Of is hij het niet me eens dat in rijke landen als de VS en Rusland exportgerichte productie en groeiende binnenlandse armoede nog steeds perfect samengaan?

Van Dam distantieert zich van de `orthodoxe ideeën' over handelsbeleid van zijn collega Mennes, maar in feite vinden ze allebei dat mee kunnen draaien in de mondiale concurrentiestrijd het allesomvattende doel is waarmee welke staat dan ook kan worden opgestoten in de vaart der volken. Het enige substantiële onderlinge verschil is dat Van Dam tegenwoordig pleit voor (tijdelijke) protectionistische maatregelen in het geval van de `echte' ontwikkelingslanden, nu alleen nog marktfundamentalistische diehards weigeren toe te geven dat het door rijke landen en instellingen als de Wereldbank aan die landen opgedrongen beleid van de afgelopen decennia faliekant mislukt is.

Van Dam verwijt de VN terecht dat ze ontwikkelingssamenwerking (het achtste millenniumdoel gewaagt van `partnership for development') niet concreet invullen, maar zelf waagt hij zich evenmin aan een antwoord op de vraag wat nu met het begrip 'ontwikkeling' bedoeld kan of moet worden.

De handicap bij uitstek van de meeste mainstream economen is dat ze zich nog altijd baseren op de ideeën van economen die allang onder de groene zoden lagen, toen de industriële revolutie in Europa nog op gang moest komen. Die voorgangers waren natuurlijk ook een product van hun tijd en konden geen benul hebben van zoiets als het conflict tussen `de economie' en de op aarde bestaande ecosystemen, waarvan pas de laatste tijd duidelijk begint te worden dat het alle conventies en zekerheden omtrent economie en samenleving op losse schroeven zet.

Van Dam laat dit soort vragen over ontwikkeling in de breedste zin van het woord onbeantwoord. In plaats daarvan diskwalificeert hij de huidige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Van Ardenne, als onvoldoende deskundig en stelt hij de ministers Zalm, Veerman en Brinkhorst voor als het trio dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking opnieuw vorm moet geven. Nog verwonderlijker is het dat hij minister van Buitenlandse Zaken Bot ziet als de aangewezen persoon om de weg naar een nieuw beleid te wijzen.

Ik vrees dat dit voorstel slechts de oude competentiestrijd tussen het ministerie van Buitenlandse en dat van Economische Zaken over internationale economische onderhandelingen oprakelt en daar zit niemand op te wachten.

Theo Ruyter is oud-correspondent van NRC Handelsblad in Afrika.

    • Theo Ruyter