Katrina stormt ook in Europa

De orkaan Katrina geeft via de olieprijzen een extra klap aan de wereldeconomie. Ironisch genoeg komt die in Europa misschien wel harder aan dan in de VS zelf.

Als er één ding is waar centrale bankiers uitslag van krijgen, is het wel dat hun wordt verteld wat ze moeten doen of laten. Vandaar dat de topeconoom Jean-Philippe Cotis van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) deze week met de nodige voorzichtigheid de boodschap lanceerde dat renteverhogingen in de grote industrielanden voorlopig geen goed idee zijn.

Cotis begeeft zich daarmee in een van de grote discussies van de internationale economie op dit moment. De nasleep van Katrina heeft de toch al hoge prijs van ruwe olie, en van olieproducten, op zijn minst bestendigd. Maar wat is daarvan op termijn het effect? Oplopende prijzen (inflatie), of dalende economische groei? Dat maakt voor centrale bankiers, die het rentebeleid bepalen, nogal verschil. Mocht de hoge olieprijs doorsijpelen in de prijzen van andere producten, of de inflatieverwachting van burgers verhogen, dan is het zaak op de rem te trappen en de rente te verhogen. Als duurdere brandstof, aangevuld met de schade van Katrina, leiden tot een terugvallende groei, dan is het juist het beste om de rente laag te houden. Niet voor niets zaten beleidsmakers in de jaren zeventig met de handen in het haar toen beide effecten, een hoge inflatie en economische stagnatie tegelijkertijd optraden – de zogenoemde `stagflatie'.

Zo ver komt het wellicht niet, al is de stijging van de olieprijs in 2005 al aardig vergelijkbaar met de prijsschokken uit de jaren zeventig. Gecorrigeerd voor inflatie staat olie nu op het prijspeil van begin jaren tachtig, al wordt de piek van vlak daarvóór nog niet geëvenaard.

Het Internationaal Monetair Fonds gaat er in zijn model voor de wereldeconomie van uit dat elke duurzame prijsstijging met 5 dollar per vat zorgt voor een lagere economische groei van 0,4 procentpunt in de Verenigde Staten en de eurozone, en 0,2 procentpunt in Japan. Bij een blijvende prijsstijging van tientallen dollars loopt dat op termijn al snel in de procentpunten.

De Oeso acht het gevaar voor de economische groei groter dan het risico van hogere inflatie. Cotis stelde dan ook dat de Europese Centrale Bank een mogelijk renteverhoging, vanaf het huidige niveau van 2 procent, achterwege moet laten. Maar hij ging niet zo ver om een renteverlaging te propageren. Dat deed hij tijdens een vorige persconferentie in mei wel, maar het werd hem in Frankfurt, de vestigingsplaats van de ECB, niet in dank afgenomen. Volgens de Oeso zou de Bank van Japan, die nu nog een rente voert van 0 procent maar erover denkt die op te trekken, voorlopig pas op de plaats moeten maken. De Amerikaanse Federal Reserve tenslotte, heeft de rente al stapsgewijs verhoogd tot 3,5 procent. Op 20 september is de eerstvolgende vergadering waarin een rentebesluit valt. De Oeso vindt dat de `Fed' het voorgenomen tempo van renteverhogingen zou moeten temperen.

De markt denkt intussen mee. Op de financiële markten wordt gehandeld in termijncontracten op de Amerikaanse geldmarktrente. Zoals bijstaande grafiek laat zien, gingen beleggers er aanvankelijk voetstoots van uit dat er op 20 september een renteverhoging zou komen, van 3,5 procent naar 3,75 procent. Maar toen de schade en invloed van Katrina duidelijk werden, zijn de verwachtingen teruggeschroefd. Zoals de termijnmarkt er nu voor staat is het volgens beleggers nog maar de vraag of de verhoging doorgaat. Dat geldt volgens analisten van ABN Amro overigens ook voor de stand van de Amerikaanse rente aan het eind van dit jaar. Tot nu toe werd uitgegaan van een rentevoet van 4 procent, maar nu blijkt uit de termijncontracten dat een eindstand van 3,75 procent wordt bereikt.

Zeker is nog niets. Analisten verwachtten een forse economische groei van 3,6 procent in de Verenigde Staten over heel 2005. Nu wordt gedacht dat het Katrina-effect daar in de tweede helft van dit jaar een kwart tot een half procentpunt vanaf haalt. Dat is niet erg dramatisch, zeker als op de langere termijn de wederopbouw van New Orleans en omgeving juist gunstig werkt op de economie.

De Oeso zelf blijkt dan ook beduchter voor het effect in Europa. Anders dan in de Verenigde Staten is hier geen breed gedragen economische groei, maar zal 2005 slechts een expansie van 1,3 procent laten zien. Dat maakt Europa kwetsbaar: een Amerikaanse schok komt hier kennelijk harder aan dan in de VS zelf.

    • Maarten Schinkel