Geef intellectuelen speelruimte

Terecht stelt Wouter Bos in zijn beschouwing over het onderwijs vast dat door het onderwijzend personeel het onderwijsbeleid van de Partij van de Arbeid werd gehaat. Op de werkvloer van het basis, voortgezet en hoger onderwijs, zet deze afkeer jegens de socialistische bewindslieden van weleer zich nog steeds voort.

De huidige generatie sociaal-democraten onderkent dat het streven naar nivellering van het onderwijspatroon, met het oog op externe democratisering en op grond van de illusie van de maakbaarheid van de samenleving, op een mislukking is uitgelopen.

Vastgesteld moet worden dat de aangerichte schade enorm is. Op dit moment hebben generaties leerlingen en studenten geen onderwijs genoten dat een beroep doet op de verscheidenheid van hun intellectuele en emotionele kwaliteiten. Van docenten wordt geen vakbekwaamheid doch sociale vaardigheid verlangd, diploma's zijn vervuild door perverse financiële prikkels en de samenleving kampt met een structureel tekort aan geschoolde vaklieden en creatieve kenniswerkers op alle niveaus.

Het kost jaren om deze schade aan individuen en samenleving te herstellen. De grootschaligheid moet worden gecorrigeerd, de PABO's moeten volledig op de schop en de lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs moet weer universitair worden.

Het siert Wouter Bos dat hij korte metten maakt met het wanbeleid uit het verleden. Daarom is het zo teleurstellend dat zijn voorstel universiteiten en hogescholen op een hoop te gooien, niets anders is dat het voortzetten van het ook door hem gekritiseerde desastreuze nivelleringsbeleid.

Eindelijk zijn wij af van het wangedrocht van de middenschool en de basisvorming, nu reikt Bos als vervanging de draak van gelijkstelling van het academische en het beroepsmatige aan. Hij speelt in op de wens van de beheerders van het hoger beroepsonderwijs om groter te groeien, lectoren te mogen benoemen, promotierecht te verwerven en bovenal zich op te werpen als knooppunt van toegepast onderzoek.

Hier wreekt zich de afstand van Wouter Bos tot de werkvloer van het hoger onderwijs. Een afstand die hij deelt met de beheerders, die evenmin zelf het onderwijs verzorgen en sturen vanachter een bureau op financiële kengetallen waardoor de docenten worden gefrustreerd in hun streven naar kwaliteit.

De werkvloer wordt niet alleen bevolkt door de docenten maar ook door studenten, wier belangen door de beheerders van grootschalige hogescholen uit het oog zijn verloren. Zij horen, bij het corrigeren van de scheefgroei, op de voorgrond te staan. Studenten van het hbo zitten niet te wachten op toegepast onderzoek. Zij wensen een solide beroepsmatige opleiding die uitzicht biedt op hogere functies in de samenleving waarin praktische oriëntatie, het nemen van risico's en verantwoordelijkheid van belang zijn. Toegepast onderzoek is niet los te maken van fundamenteel onderzoek, tenzij het wordt beperkt tot oppervlakkige waarnemingen van verschijnselen zonder theoretisch kader.

Dergelijk onderzoek is er wel, vooral in de sfeer van zachte vakken, maar het mag geen naam hebben. Exacte vakken, zoals wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie illustreren de nauwe band tussen beide varianten van onderzoek. Dat onderzoek is, in al zijn hoogwaardige gevarieerdheid, karakteristiek voor de universiteit, hoort daar vanouds thuis en dient er te blijven. Hier wringt de schoen, die tot een brekende klomp verwordt.

De universiteit verenigt studenten en docenten met wetenschappelijke belangstelling. Het vervuilen van deze verzameling met havo-leerlingen, die van nature minder abstract zijn en een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving door hun hang naar het concrete en daarom het hoger beroepsonderwijs volgen, versterkt de neerwaartse spiraal in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Een progressief onderwijsbeleid begint met het herstel van het bieden van afgebakende speelruimte aan de intellectuele voorhoede, ongeacht de maatschappelijke herkomst van de spelers. Hierbij gaat het om een speelruimte die de frivoliteit terugbrengt in de zoektocht naar inzicht om het inzicht, zonder ruggespraak met maatschappelijk nut of financieel rendement.

Alleen op deze wijze kan men een begin maken aan een daadwerkelijk herstel van de kwaliteit van het onderwijs op alle andere niveaus.

Prof.dr. A. Heertje is oud-hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.