Digitaal oerwoud voor vermisten

Op 5 september stonden er 65.000 namen op. Gisteren waren het er al 118.000. De lijst van zoekgeraakte mensen in Mississippi en Louisiana groeit elke dag. Sommigen zijn misschien dood. Anderen zijn geëvacueerd en hebben geen idee waar hun familie zit. De lijst, op een speciale website van het Rode Kruis (www. familylinks.icrc.org), helpt mensen om familie, vrienden, buren of collega's terug te vinden.

Op het hoofdkwartier van het Rode Kruis in Genève zijn vijftien mensen permanent bezig om die lijst bij te werken. Tieners in Texas sturen e-mails om hun ouders te traceren. Een New Yorker zoekt zijn zus uit New Orleans. Elke dag komen er in Genève 500 telefoontjes binnen van mensen die elkaar hebben gevonden en hun namen van de lijst laten halen.

Al in de negentiende eeuw bracht het Rode Kruis familieleden in oorlogsgebied met elkaar in contact. Lokale Rode Kruis-organisaties hielden lijsten bij van krijgsgevangenen en gesneuvelden en stuurden die naar collega's aan de andere kant. Nu internet er is, heeft de organisatie sites voor crisisgebieden als Somalië en Irak. Ook na de tsunami kwam er meteen een site. Die blijft tot de laatste vermiste is opgespoord. Zo is er nog altijd een site voor ex-Joegoslavië (nog 14.000 mensen zoek) en de Tweede Wereldoorlog.

Maar door internet kreeg het Rode Kruis ook concurrentie. Bosnische vluchtelingen in Kroatië kregen soms elke dag andere hulpverleners op bezoek, die op laptops intikten hoe ze heetten en welke kleur haar hun moeder had. Voor zo'n concreet project geven donoren immers gul: hulpverlening is business. Na Katrina adverteren ook tv-kanalen als CNN en NBC, kinderbeschermers, het Leger des Heils en zoekmachines met `familieprikborden'. Hoe vind je elkaar nog terug, in dit digitale oerwoud? Geen probleem, zo blijkt: bijna elke site heeft een link naar het Rode Kruis. In sommige dingen word je na meer dan honderd jaar gewoon bedreven.

    • Caroline de Gruyter