De hernieuwde hartstocht tussen Grieken en Turken

Grieken en Turken herdenken deze dagen dat vijftig jaar geleden, op `Zwarte Maandag', de pogrom op Grieks bezit in Istanbul plaatsvond. Onder het brullen van `Cyprus is Turks' trokken duizenden van buiten de stad aangevoerde mannen verwoestend door winkelstraten waar toen nog veel Grieken hun nering dreven. Ook kerken en zelfs kerkhoven moesten het ontgelden.

Er vielen dertien slachtoffers, maar het ging de bendes vooral om het aanrichten van schade (opvallend weinig plunderingen). Het was duidelijk dat de toenmalige regering van Adnan Menderes er achter zat – dat is ook gebleken tijdens het proces zes jaar later dat leidde tot de ophanging van drie bewindslieden.

Onlangs is een eind gekomen aan een idylle tussen de twee regeringen, uitvloeisel van de `aardbevingsdiplomatie' van 1999. Opnieuw is het de kwestie-Cyprus die de uitlatingen uit de beide hoofdsteden uiterst wrevelig maakt. Maar tussen de bevolkingen heeft de idylle zich voortgezet, en zij lijkt door de onvermijdelijke herdenkingsreportages over de pogrom niet te worden gestopt.

De Griekse televisie stond de afgelopen zomer in het teken van `Grenzen van de Liefde', een Turkse soap over de liefde tussen een Turks meisje, Nazli, en een Griekse jongen, Nikos, uit Istanbul, die in het Turks met elkaar converseerden. Het succes in Griekenland was zó groot, dat tot een dagelijkse herhaling werd overgegaan, in de toptijd vlak voor de nieuwsberichten. De voorlopig laatste aflevering, waarin de geliefden in het huwelijk treden met Turkse en Griekse muziek, kreeg kijkcijfers die ver boven die voor een voetbalderby of een internationale wedstrijd uitstegen.

Van Turkse zijde is een vervolg aangekondigd met nieuwe perikelen. De wederzijdse ouders hebben zich weliswaar bij de gang van zaken neergelegd, ondanks alle ruzies, onder andere over het al dan niet plaatsvinden van een besnijdenis voor de bruidegom, maar de Turkse grootvader en de Griekse grootmoeder blijven in de oppositie en laatstgenoemde huurde zelfs een helikopter om de huwelijksplechtigheid te verstoren.

De Grieken hadden al eerder zo'n soap gemaakt, die in Turkije redelijk veel succes had. Dat gold ook voor de speelfilm `De keuken van Polis' (Istanbul), een Griekse lofzang op het Turkse eten waarin ook de vervolging van de Grieken wordt aangeroerd, niet echter die van 1955 maar die van 1964, toen de burgers van Griekse nationaliteit de stad moesten verlaten. Ook in deze film leefden Turken en Grieken harmonieus naast elkaar.

Voor het komende seizoen is bij de Turkse televisie een gemeenschappelijke musical in de maak, onder de titel `Kalimerhaba' – een samentrekking van de Griekse groet Kalimera en de Turkse Merhaba. De Griekse danser en popzanger Sakis Rouvás krijgt een centrale rol. Jaren geleden was hij al eens samen met een Turkse collega in Cyprus opgetreden hij kreeg toen de Griekse wind van voren omdat hij het op 19 mei had gedaan, de dag waarop in Griekenland de Turkse `genocide' op 350.000 Pontische Grieken wordt herdacht (1919-1922).

Zelfs in dat Cyprus zijn er nu ook symptomen van Grieks-Turkse toenadering ,,van binnenuit''. Een gemengde nieuwsuitzending op de televisie wint qua kijkdichtheid steeds meer terrein. (41.000 op een totale bevolking van 670.000 geldt als veel). Het programma heet Emís - Biz, het Griekse en Turkse woord voor `wij'. Er wordt afwisselend in het Grieks en Turks gesproken, met ondertitels. Twintig Griekse en Turkse journalisten werken eraan mee, vijf dagen in de week.

Het toerisme is dit jaar onstuimiger dan ooit, wederzijds. Tienduizenden Grieken bezoeken Istanbul of steken over naar Turkse kustplaatsen, vooral voor goedkope boodschappen. Duizenden Turken ontdekten Griekse eilanden als Symi, vlak voor hun kust. Ze hebben nog steeds een visum nodig maar de regeling is vergemakkelijkt en de prijs gedaald.

De eerste bezorgde ingezonden stukken over de verregaande toenadering zijn in de Griekse pers al verschenen. Een inzender heeft gehoord dat in een Turkse krant is verkondigd dat de Griekse cultuur zó arm is, dat ze op de Turkse moet terugvallen. Van totaal andere aard is een juichend stuk in het Atheense dagblad Eleftherotypía onder de kop `Zijn wij Turken?'. De schrijver betoogt: ,,Geen enkel ander volk en geen andere staat lijkt zoveel op ons als deze vijand met andere godsdienst.''

Hij noemt de verhouding tussen beide volken zelfs ,,erotisch''. ,,Beseffend dat deze natie [Turkije, red.] ons betovert, hebben we ons in haar armen geworpen, zoals de omhelzing van een paar na ruzie, met hernieuwde hartstocht. Want we vormen een paar.''

    • F.G. van Hasselt