Cyprus' probleem ligt nogal gecompliceerd

,,Turkije maakt aanspraak op het noordelijk deel van Cyprus''. Deze onjuiste uitspraak van Mark Kranenburg (NRC Handelsblad, 1 september) typeert de mening van veel politici die zich liever niet verdiepen in de gecompliceerde voorgeschiedenis.

Reeds in 1992 concludeerde een rapport van 131 Britse parlementsleden: `Hoewel de Grieks Cyprioten plechtige internationale overeenkomsten hebben verbroken en mensenrechten van de Turks Cyprioten op grote schaal geschonden, zijn zij er toch in geslaagd de wereld te overtuigen dat zij, en niet de Turks Cyprioten, de gedupeerde partij zijn'. Immers, in 1963 begonnen Grieks Cypriotische terroristen (EOKA) een `etnische schoonmaak', die in 1974 culmineerde in een door het Griekse kolonelsregiem gesteunde staatsgreep. Dit was de aanleiding voor de Turkse `invasie' die zij `reddingsoperatie' noemden (waartoe Turkije volgens het verdrag het recht had).

Natuurlijk zijn er sindsdien aan beide kanten fouten gemaakt, maar het is duidelijk dat voor een oplossing onderhandelingen met wederzijdse concessies nodig zijn. Daartoe bood het zeer deskundige `Annan plan' een goede basis. Dat werd door de Turks Cyprioten, mede door druk van Turkije, geaccepteerd, maar door de Grieks Cyprioten verworpen. Die begrepen, dat zij ook zonder onderhandelen hun zin zouden krijgen.

Het is dus zeer begrijpelijk dat de Turkse regering, alvorens Cyprus te erkennen, het voorbehoud maakt dat eerst het belang van de Turkse minderheid moet worden geregeld, liefst op basis van het stichtingsverdrag uit 1960.

Het was een grote vergissing van de EU om dat probleem te negeren en dit landje als lid toe te laten, waardoor het de kans kreeg, een redelijke oplossing te blokkeren.

    • E.J. Dorhout Mees