Bos creëert meer bobo's

Wouter Bos wil af van het conservatisme in het hoger onderwijs (NRC Handelsblad, 7 september). Daarom introduceert hij vijf nieuwe spelregels waaraan universiteiten en hogescholen zich moeten houden. Die zijn bedoeld om de overheadkosten in het onderwijs terug te dringen. Een lovenswaardig streven, maar jammer genoeg zijn de door Bos voorgestelde maatregelen contraproductief – en ook nog eens ontzettend hypocriet. Bos vindt bijvoorbeeld dat studenten meer inspraak moeten krijgen in hun eigen opleidingen. Toen ik dat las viel ik bijna van mijn stoel. Enkele jaren terug is de wet Modernisering Universitair Bestuur (MUB) ingevoerd. Deze maatregel ontnam studenten (en wetenschappelijk personeel) in één klap vrijwel alle mogelijkheid tot inspraak. Drie keer raden welke partij verantwoordelijk was voor de invoering van het systeem. Nu moeten de gevolgen van deze maatregel blijkbaar teniet worden gedaan met de invoering van leerrechten. Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat de introductie, controle en administratie van dit systeem een bak geld gaan kosten. Waar wil de PvdA dus geld aan uitgeven? Niet aan onderwijs en onderzoek, maar aan een nieuwe beleidsmaatregel die bedoeld is om defecten te repareren die een eerdere beleidsmaatregel heeft gecreëerd.

Verder moet er ,,ruimte komen voor kwaliteit''. Die ruimte moet kennelijk geschapen worden door de invoering van selectie aan de poort. Dat is vreemd omdat alle methodologen die ik ken het erover eens zijn dat dit in Nederland niet werkt. Dat juist een sociale partij als de PvdA deze maatregel voorstaat is extra triest omdat selectiecriteria bepaalde bevolkingsgroepen (bijvoorbeeld allochtonen) systematisch kan benadelen. Maar vooral is het idioot dat voor die selectie een legertje administrateurs nodig is, waardoor de overheadkosten zullen stijgen.

Bos vindt dat aan betere opleidingen een hoger prijskaartje moet hangen. Hoe de student zicht kan krijgen op de kwaliteit van opleidingen is echter geheel onduidelijk en bovendien kiezen studenten vaak in eerste instantie voor een stad, en pas daarna voor een universiteit. Dat betekent dat de tucht van de markt ver te zoeken zal zijn. Zonder marktwerking zal de prijs van onderwijs de komende jaren net zo hard stijgen als die van Amsterdamse taxi's. En waar denkt Bos dat dat geld dan aan besteed zal worden? Ik weet het wel, want ik ken mijn universitaire pappenheimers. Beleid, beleid, en nog eens beleid.

Alsof dit allemaal nog niet genoeg is moet het binaire stelsel ook nog worden afgeschaft, want dat creëert volgens Bos ,,tegenstellingen die er niet zijn''. Ik denk dat alleen een ideologisch verblind politicus ziets kan zeggen. Er bestaan echte verschillen tussen hbo en wo: inhoudelijk, pedagogisch, en wat het niveau van de opleiding betreft. Die verschillen gaan heus niet verdwijnen door hogescholen ook universiteit te noemen, net zoals studenten niet internationaal vergelijkbaar zijn geworden sinds ze overal Bachelor of Master heten. Bos zegt: ,,een wetenschappelijk diploma moet wel wetenschappelijk blijven''. Als hij dat werkelijk meent dan moet hij het binaire stelsel gewoon met rust laten, want dat levert precies deze garantie. Bovendien moeten er bij de planning van de afschaffing van het binaire stelsel natuurlijk weer allerlei bobo's belangrijk gaan zitten doen in protserige commissies, waardoor het belangrijkste effect toch waarschijnlijk kapitaalvernietiging zal zijn.

Conclusie: alle bovenstaande maatregelen zijn contraproductief omdat zij aanleiding geven tot meer in plaats van minder overhead. Bovendien zijn deze maatregelen voor zover ik weet door niemand gewenst. Ik ken geen enkele student of docent of wetenschappelijk onderzoeker die zit te wachten op die malle leerrechten, selectie aan de poort, of het opheffen van de grens tussen hbo en wo. Er is maar één klasse van mensen die hun vingers aflikken bij dit soort beleidsmatige gedrochten. Dat zijn de bureaucraten.

Als Wouter Bos zou luisteren naar de mensen die het werk doen in het hoger onderwijs, dan zou hij horen dat er maar één ding is dat iedereen dolgraag wil. Dat is dat de Haagse beleidsmakers een paar jaar hun handen thuis houden. Zodat wij niet continu van alles moeten veranderen, maar ons kunnen concentreren op de dingen waar we goed in zijn: onderwijs en onderzoek. Indien Bos serieus meent dat het een vergissing is om ,,vernieuwing centraal te plannen'' dan moet hij dat dus gewoon niet doen.

Denny Borsboom is Universitair Docent Psychologische Methodenleer aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Denny Borsboom