Zelfbewuste zombies als de onderklasse

Je kon erop wachten. In de bijna veertig jaar dat de Amerikaanse regisseur George A. Romero zich al met zombies omringt, moesten die levende doden toch eens een greintje verstand krijgen. En nu, in het langverwachte vierde deel van wat tot nu toe de Dead-trilogie was, is het zover. De zombies slaan trefzeker terug. Ze zijn springlevend. Als ook veteraan Romero tijd van leven heeft, komt er nog wel een vijfde deel.

George A. Romero's kijk op de zombificatie van de Westerse wereld mag bij filmliefhebbers bekend worden verondersteld. Veel achtergronden hebben zijn films vanaf het in zwart-wit gedraaide lowbudget-succes Night of the Living Dead (1968) nooit nodig gehad. Ze waren er opeens, wankelende ondoden, die zich smakelijk voeden met verse armen, wangen en darmen. En de rest was strijd.

Strijd tussen leven en dood. Strijd om te overleven. Met het einde van de film als time out waarin de levenden hun wonden likten en de ondoden ook.

In Dawn of the Dead (1979) laat Romero die levenden hun toevlucht zoeken in het Amerikaanse icoon van de shopping mall en legde hij zijn agenda bloot met zijn zeker toen en in een horrorfilm ongewoon felle kritiek op de consumptiemaatschappij.

In Land of the Dead gaat Romero nog een stapje verder, en gelukkig niet alleen politiek. De gruwelen zijn cynisch en smerig en misschien nog wel enger dan in vergelijkbare films door de grijnzende humor waar Romero het patent op heeft.

Heerlijk hoe in het begin van de film een zombieorkestje à la Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band staat te spelen en we ons ngstvallig bewust worden dat deze zombies geen gewone zombies zijn, dit zijn geëvolueerde zombies. Zouden ze, eh, misschien, bewústzijn hebben? Getver! Je moet er niet aan denken, dan zijn het precies mensen?! Dat is pas eng. En dat snapt Romero.

In Land of the Dead zijn de zombies niet meer iets waartegen je je moet wapenen, maar bewapenen ze zich zelf. Ze zijn niet langer iets vreemds van buiten de maatschappij, maar een maatschappelijke onderklasse. ,,Ze doen alsof ze leven.'' ,,Maar doen wij dat niet ook?'' Ja het neo-Marxisme is niet alleen bij Duitse intellectuelen helemaal hip, maar ook bij een luis in de Hollywood-pels als Romero.

Dennis Hopper als über-CEO vertegenwoordigt in z'n eentje niet alleen al het kapitalistische kwaad (ook wel eens leuk in zo'n verder prototypisch Amerikaanse film), maar is met zijn agressief-almachtig wereldbeeld ook een fijn spiegelbeeld van George W. Bush. ,,Ik onderhandel niet met terroristen'', is zijn motto. Doof en blind voor de vraag of hij die 'terroristen', zoals veel critici van Bush ook hém verwijten, niet zélf gecreëerd heeft. Geen wonder dat waardering voor Land of the Dead in Amerika een politiek statement van jewelste is.

Deze zombiecyclus van Romero krijgt langzamerhand de contouren van een modern Amerikaans epos. Ook de imponerende fotografie duidt daarop. Beelden van zombies die uit de rivier oprijzen, of in een top shot gefilmd op een kruispunt dralen hebben mythische alure.

Land of the Dead. Regie: George A. Romero. Met: Simon Baker, John Leguizamo, Dennis Hopper, Asia Argento, Robert Joy, Eugene Clark. In: 16 bioscopen.

    • Dana Linssen