`Werknemer hoeft niet in keurslijf'

Langdurig werklozen moeten vaak de meest basale dingen nog leren voor ze aan het werk kunnen. Die basis leren ze het snelst op het werk zelf. Dan moet de baan wel worden aangepast.

Noem ze geen bijstandsontvangers, de vrouwen die bij zijn bedrijf in opleiding zijn, want dan corrigeert Willem Kruidhof onmiddellijk. ,,Onze medewerkers.'' Kruidhof – rossig baardje, lichtblauw linnen jasje – rijdt door Hengelo naar het pand van zijn nieuwe bedrijf Global Workforce. Het staat in een gewone woonbuurt, midden tussen de gezinnen en bejaarden.

Hier moet het over een maand allemaal gaan gebeuren. Het ideale bedrijf voor alleenstaande moeders die hun kroost niet graag afstaan aan de crèche. Global Workforce wordt telewerkbedrijf en kinderopvang in één. De vrouwen nemen hun kinderen mee naar de speel- en slaapruimtes, en gaan daarna aan het werk. Het bedrijf heeft geen kinderopvangmedewerkers in dienst, dat doen de vrouwen zelf bij toerbeurt. ,,Wij maken het werk geschikt voor de mensen in plaats van de mensen geschikt voor het werk'', zegt Kruidhof.

De meeste medewerkers van Global Workforce zaten jarenlang in de bijstand. Totdat ze dit jaar een brief van de sociale dienst kregen. Of ze interesse hadden om weer volledig aan het werk te gaan. Sommige brieven waren uitnodigend, andere waren resoluter: niet ingaan op de uitnodiging zou gevolgen hebben voor de uitkering. De gemeente had een overeenkomst gesloten met Kruidhof. De deal: Global Workforce garandeert de geselecteerde kandidaten een opleiding van een half jaar, waarmee ze deze zomer zijn begonnen, en daarna een jaarcontract. De gemeente betaalt de opleidingskosten en een loonkostensubsidie gedurende de eerste helft van het jaarcontract.

Dat de vrouwen zo lang aan de zijkant hadden gestaan, is volgens Kruidhof een gevolg van het feit dat werknemers tegenwoordig ,,in een keurslijf'' moeten passen, vertelt hij aan de lunchtafel in het grotendeels kale pand. ,,Honderd jaar geleden bestond er nauwelijks werkloosheid. Iedereen deed mee, ook voor de dorpsgek werd een klusje bedacht.'' Niet dat hij zijn medewerkers met de dorpsgek van weleer wil vergelijken, maar naar die situatie moeten we terug, vindt Kruidhof. ,,Als mensen door hun persoonlijke omstandigheden niet passen binnen de rigide kaders van bedrijven, moeten we die kaders aanpassen, in plaats van die mensen aan de zijkant te laten staan.''

En de inhuizige kinderopvang is niet het enige pluspunt voor de moeders, ook verder wordt er alles aan gedaan om het werken zo relaxed mogelijk te maken. Ten eerste door flexibele werktijden, maar ook door de technische uitrusting. Iedere werknemer krijgt een kleine handcomputer met geïntegreerde telefoon, zodat het werk – telefonische diensten – ook lopend door de `kantoortuin' kan worden verricht. Voeg hierbij de ontspannen, niet-hiërarchische sfeer, en je begrijpt waarom Renate, Helen en Sandra hun baas liefkozend ,,ons engeltje'' noemen.

Alledrie deden ze jarenlang geen betaald werk. Renate (35) werkte helemaal niet. Ze vertelt hoe haar man haar jarenlang verbood te gaan werken en haar voortdurend kleineerde. ,,Altijd zei hij: `Je bent lelijk, je bent niks en je kan niks'.'' Na jarenlang twijfelen is ze vorig jaar van hem gescheiden en sinds ze op het aanbod van Global Workforce is ingegaan, herwint ze langzaam haar zelfvertrouwen.

Helen Kemperink (32, alleen zij wil met haar achternaam in krant) heeft zes jaar in de bijstand gezeten. Vroeger is ze gogodanseres in een discotheek geweest en filiaalmanager van een kleding- en een lingeriezaak. Maar na de geboorte van haar zoontje verloor ze haar baan. Sindsdien heeft ze drie opleidingen gevolgd op kosten van de sociale dienst. Een algemene computercursus, een cursus webdesign en een secretariële opleiding. Maar geen van drieën resulteerde in een baan. Wel doet ze vrijwilligerswerk.

Sandra (38) komt uit de zorg. Ze is pas sinds kort werkloos en wil na jarenlang werken in de zorg ,,iets heel anders''.

Wat heeft hen over de streep getrokken? Daarvoor hebben alle twintig deelnemers hun eigen reden. De assertieve houding van de sociale dienst, de eigen wil om aan de slag te gaan en (voor sommigen) het komen uit hun isolement, het speelt allemaal mee. Maar de flexibiliteit en de kinderopvang zijn zeker zo belangrijk. ,,Ze houden hier rekening met je persoonlijke omstandigheden'', zegt Sandra. En ze voelen zich niet behandeld als kansarme bijstandstrekkers, maar als volwaardige medewerkers. ,,We zijn hier allemaal gelijk'', zegt Helen.

Maar een tovenaar is Kruidhof niet. De kinderopvang door de vrouwen zelf en de ontspannen sfeer gaan onherroepelijk ten koste van de productiviteit. Callcenters die het welzijn van het personeel wat minder hoog in het vaandel dragen, werken efficiënter en dus goedkoper. Na enige omtrekkende bewegingen – ,,Ik concurreer niet met andere bedrijven'', en ,,mijn medewerkers hebben door hun levenservaring meer empathie dan een gewone student'' – komt de aap uit de mouw. Het salaris ligt het eerste jaar iets boven bijstandsniveau, hoewel het daarna stijgt tot 120 procent van het minimumloon. Volgens Kruidhof is dat gerechtvaardigd door de lagere productiviteit. ,,Ik schrok wel even'', bekent Sandra. ,,Het is niet veel wat je hier verdient. Maar je kunt doorgroeien in het bedrijf.''

Zijn bedrijven als Global Workforce hét middel om langdurig werklozen aan een baan te helpen? Werk tegen een bescheiden loon, maar waar een soepeler regime geldt, speciaal voor mensen die na jaren van inactiviteit vaak nog erg veel onzekerheden moeten overwinnen?

Jan van Zijl, directeur van de Raad voor Werk & Inkomen (RWI), denkt van wel. ,,Wij zijn erg voor dit soort leerwerktrajecten.'' Dat het project in Hengelo en Almelo plaatsvindt, verbaast hem niets. ,,Almelo is een van de meeste creatieve gemeenten op het gebied van werkgelegenheidsprojecten.''

In het advies `Omdat iedereen nodig is' pleit de RWI voor meer leerwerktrajecten, waarin bijstandsontvangers gedurende een training van 3 tot 6 maanden een uitkering blijven ontvangen. De werkgever wordt met arbeidskostensubsidies verder gecompenseerd voor de lagere productiviteit. Dat is wel nodig, zegt Van Zijl. ,,Met een slechte conjunctuur zitten werkgevers niet te springen om mensen aan te nemen zonder kwalificaties of werkervaring. Ze moeten vaak nog basale dingen leren, zoals met twee woorden spreken, op tijd je bed uitkomen, en accepteren dat je af en toe een opdracht kan krijgen.''

Het advies van de RWI is ook een reactie op de magere resultaten die de reïntegratiebedrijven tot nu toe hebben geboekt. In april dit jaar bleek uit onderzoek dat 76 procent van de werklozen en arbeidsongeschikten die een reïntegratietraject hadden gevolgd, daar niets aan had gehad. Veel gemeenten waren ontevreden over wat de 1 à 2 miljard euro hadden opgeleverd, die jaarlijks aan reïntegratie worden besteed. Helemaal aangezien zij sinds 1 januari 2004 zelf financieel verantwoordelijk zijn voor de bijstand. Woorden als ,,geldverspilling'' klonken ook in de Tweede Kamer.

Nu de gemeenten de gevolgen van falende arbeidsbemiddeling zelf in de portemonnee voelen, zijn ze een stuk resultaatgerichter bezig, zegt Van Zijl. ,,Vroeger konden ze declareren bij het rijk, op de resultaten werd niet zo scherp gelet. Het was vooral een vorm van maatschappelijk werk. Nu staat het vinden van een baan voorop.''

Dit verhaal hoor je overal. ,,Het is afgelopen met het reïntegreren ins Blaue hinein'', zegt Liny Bruijnzeel, procesmanager van de vereniging van sociale diensten Divosa. ,,Er wordt opgeleid naar een baan, dat motiveert ook veel meer.'' Zo denken ze er bij de gemeente Almelo ook over. ,,Een reïntegratietraject met een baangarantie, dat is de trend'', zegt Jeroen Spruit, teamleider van de dienst economie, werk en beleid. No cure less pay, is ook volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het devies.

Het klinkt allemaal geheel conform de tijdgeest van `targets' en `afrekenbaarheid'. Maar komen mensen die soms nog nooit gewerkt hebben daardoor opeens makkelijk aan een baan? ,,Het prikkelt reïntegratiebedrijven om innovatiever te werk te gaan'', zegt Menno Meihuizen, beleidsmedewerker van de VNG. ,,Dat kan bijvoorbeeld door die mensen zélf in dienst te nemen of door strakkere afspraken met werkgevers te maken. Nu is de drempel om die mensen in dienst te nemen te hoog of zijn de afspraken met werkgevers te vaag.''

Dat is een zwakke plek. Gemeenten (lees: de sociale diensten) en het bedrijfsleven zijn nog gescheiden werelden. ,,Bedrijven doen liever zaken met uitzendbureaus en het CWI. Ze zien de gemeenten als bureaucratisch en traag'', zegt Jan van Zijl. ,,Jarenlang waren de sociale diensten slechts uitvoerders van het rijksbeleid, en nu moeten ze zich in hoog tempo transformeren tot een soort uitzendbureaus'', zegt Liny Bruijnzeel van Divosa.

Dat gaat met vallen en opstaan, maar er is de afgelopen jaren wel iets ten goede veranderd, zeggen ze. ,,Natuurlijk heb je nog directeuren van sociale diensten die het verstrekken van uitkeringen als hun enige taak zien en wethouders die alleen maar op de winkel passen'', zegt Van Zijl. ,,Maar dat worden er gelukkig steeds minder.''

Ook jongeren hebben de belangstelling van de assertiever opererende sociale diensten. Zomaar een `uitkerinkje pakken' is er niet meer bij. Werk, daar gaat het om. Duizend bloemen bloeien om (probleem)jongeren op het rechte pad te krijgen of te houden. Dordrecht heeft het succesvolle programma Route 23. In Rotterdam loopt het leerwerktraject Marok'kans, een werkervaringsproject op Rotterdam Airport voor Marokkaanse jongens. Amsterdam heeft het paradepaardje onder de jongerenprojecten, een horecaopleiding in het restaurant Fifteen. Deze trendy eetgelegenheid aan het IJ is het tweede restaurant van de Engelse mediakok Jamie Oliver. Onder de 18 jongeren die hier een opleiding tot kok volgen, zitten veel voormalige criminelen en dakloze jongeren. Voor deelname gelden twee voorwaarden, vertelt Eefje Brugman, directeur van de stichting Kookdroom die het project uitvoert. ,,Het moeten jongeren zijn met problemen, én ze moeten gemotiveerd zijn om met hun oude leven te breken.''

De eerste groep is net afgezwaaid. Van de 18 deelnemers haalden er 15 een diploma, en hebben er nu 14 een baan. Sommigen bij gerenommeerde restaurants. Een klinkend succes, waar het gemeentelijke reïntegratiebedrijf Maatwerk trots op is. Maar geen goedkoop succes. In totaal heeft hun opleiding 700.000 euro gekost, een kleine 40.000 per persoon. Trek daar de 150.000 euro vanaf die Fifteen heeft betaald voor de werkzaamheden gedurende het hele jaar, en er blijft nog een bedrag van ruim 0,5 miljoen euro over.

Hoe zou het verder met ze gaan? ,,Dat vinden wij ook spannend'', zegt Brugman. ,,We hebben ze hier zo gepamperd en begeleid. Ze kregen beltegoed op hun mobiele telefoon, hun financiële administratie werd op orde gebracht, ze kregen ontzettend veel begeleiding. Redden ze het ook als ze helemaal op eigen benen moeten staan?''

    • Arnoud Veilbrief