UNDP: rijke landen helpen te weinig

Voor het halen van de zogeheten millenniumdoelen waarover regeringsleiders vijf jaar geleden tijdens een VN-top afspraken hebben gemaakt, schiet de ontwikkelingshulp volgend jaar 46 miljard dollar tekort.

Dat blijkt uit het Human Development Report 2005 dat de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP) vanmiddag in New York heeft aangeboden aan de 191 lidstaten van de VN. Het rapport haakt in op thema's die volgende week op een VN-top centraal staan, zoals armoedebestrijding en internationale veiligheid.

De Nederlandse minister van Ontwikkelingszaken, Agnes van Ardenne (CDA), noemt het welslagen van die top ,,van het grootste belang'' voor het realiseren van de millenniumdoelen. ,,De arme landen hebben al te lang gewacht.'' Een van die doelen is halvering van armoede en honger vóór 2015. Een ander doel is dat ieder kind vóór 2015 naar de basisschool kan.

Onder druk van een internationale campagne hebben de Europese Unie en de G8, de zeven rijkste geïndustrialiseerde landen plus Rusland, de laatste maanden beloften gedaan voor verhoging van ontwikkelingshulp en kwijtschelding van schulden aan de armste landen.

Maar die stroom aan extra hulpgeld komt volgens het ontwikkelingsrapport erg traag op gang. Zelfs als alle beloften worden ingelost, stijgt het mondiale ontwikkelingsbudget volgend jaar maar tot 88 miljard dollar, 0,3 procent van het nationaal inkomen van de rijke landen. Dat is minder dan de 0,33 procent die ze in 1990 aan ontwikkelingshulp spendeerden. En nog niet de helft van de 0,7 procent die ze al 35 jaar beloven. Minder dan de ruim 0,5 procent die volgend jaar voor het halen van de millenniumdoelen noodzakelijk is.

Op de ranglijst voor menselijke ontwikkeling die de VN-organisatie jaarlijks publiceert, worden de laatste 37 plaatsen ingenomen door 35 Afrikaanse landen plus Haïti en Jemen. Helemaal onderaan staat Niger, dat met een voedselcrisis kampt.

Bovenaan troont Noorwegen, net als vorig jaar. Nederland is gezakt van de vijfde naar de twaalfde plaats, België daalde van de zesde naar de negende plaats, de VS van de achtste naar de tiende plaats. Al die landen boekten wel `ontwikkelingswinst', gemeten naar inkomen, onderwijsniveau en staat van gezondheidszorg.

VN-rapportpagina 4