`Terreur alibi voor bannen van religie'

Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) vreest dat ,,radicale secularisten'' van het type Ayaan Hirsi Ali (VVD) van een ,,nieuwe reeks islamistische terreuraanslagen'' gebruik zouden kunnen maken om religie definitief uit ,,het publieke domein'' in Nederland te verbannen. Zij noemt daarbij de Beeldenstorm tegen katholieke kerken van 1566 als voorbeeld.

Van Ardenne zei dit bij de opening van een conferentie over het verband tussen ontwikkelingssamenwerking en religie, vanochtend in Soesterberg. Van Ardenne, die deze relatie een ,,blinde vlek'' in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid noemde, kondigde aan dat met ingang van 2008 alle Nederlandse ambassades in ontwikkelingslanden apart moeten rapporteren over de rol van religieuze organisaties ter plaatse. Ook volgt er later dit jaar een door het ministerie van Buitenlandse Zaken georganiseerde conferentie over religie.

Van Ardenne, zelf katholiek, zei ,,verheugd'' te zijn dat de these van de negentiende-eeuwse socioloog Max Weber, dat historisch gezien economische ontwikkeling met de opkomst van het protestantisme is verbonden, ,,onjuist'' is gebleken. De minister betoogde dat de basis voor het moderne kapitalisme mede is gelegd door de institutionele hervormingen van paus Gregorius VII in de elfde eeuw.

Van Ardenne laakte dat sommigen in de Nederlandse samenleving bezwaar maken tegen ,,onschuldige religieuze tradities als de hoofddoek (van moslim-vrouwen, red.).'' Secularisten als Hirsi Ali, zo betoogde de minister, miskennen met hun aanklachten tegen religie dat ,,godsdienst een onmisbaar anker is in tijden van snelle veranderingen''. Volgens haar zijn er in Nederland meer overlegorganen voor contact tussen staat en religie noodzakelijk.