Steven Spielberg komt niet meer naar Boedapest

Veel spectaculairs gebeurt er normaal gesproken niet in ons straatje in Buda, het heuvelachtige deel van de Hongaarse hoofdstad.

We zijn inmiddels gewend aan de voortdurende ruzie die de overburen met elkaar hebben. De één, een hippie op leeftijd, stookt iets te graag vuur in zijn tuin en draait Transsylvaanse volksmuziek met de volumeknop op tien. De ander, een dertiger met een opleiding in Amerika en veel praatjes op zak, blaft tegen zijn kinderen.

De buren verhouden zich als water en vuur – als het oude versus het nieuwe Hongarije. De hippie veracht de dertiger om zijn taalgebruik, de dertiger haat de hippie wegens diens politieke correctheid.

Ik heb het nog niet aangedurfd om beiden erop attent te maken dat ze veel gemeen met elkaar hebben. Allebei erfden ze het huis van hun pa en allebei maken ze in het nieuwe Hongarije maar weinig klaar. De hippie omdat hij niet meer `past' in het postcommunistische Hongarije. De dertiger omdat hij ten onrechte dacht dat rijk worden na 1989 een vanzelfsprekendheid zou zijn. Dat dat is uitgebleven verwijt hij de vorige, de huidige en de toekomstige premier.

Maar de hersens hebben ze elkaar nog niet ingeslagen, en zo kabbelt het leven voort in ons buurtje.

Tot een paar dagen geleden, toen niemand minder dan Steven Spielberg zijn opwachting maakte. De Amerikaanse regisseur is in Boedapest voor opnames voor `Munich', een film over de nasleep van het gijzelingsdrama tijdens de Olympische Spelen in 1972 in München waarbij elf Israëlische atleten werden gedood door Palestijnse terroristen.

Al weken wentelt het Boedapestse gemeentebestuur zich in tevredenheid over de keuze van Spielberg voor hun stad, wegens het geld dat de filmcrew meebrengt.

De Hongaarse regering stimuleert de komst van Westerse regisseurs naar Boedapest door middel van allerlei belastingregelgeving die het goedkoper maakt om in Boedapest te filmen. De stad kan, met kleine aanpassingen, zo doorgaan voor Berlijn, Parijs of Buenos Aires. De Hongaarse filmtechnici zijn goed, de hotels en restaurants zijn goedkoop – tel uit je winst.

Zo dacht ook de hippie-buurman wiens huis wegens het unieke jaren zeventig-interieur door Spielbergs medewerkers werd uitgezocht als lokatie.

Daags voor de opnames snoeft buurman op straat over hoeveel geld hem dit grapje oplevert. Als onze kersenboom wordt gesnoeid om plaats te maken voor de camera-kraanwagen, spoort buurman ons aan hier geld voor te vragen. ,,De crew betaalt mij zelfs voor ieder wc-bezoek!''

Voor nog meer opschudding zorgt die dagen de andere buurman, de dertiger, als hij ons het nieuws vertelt over zijn aanstaande emigratie. ,,Ik ben hier kansloos, we gaan naar Amerika.'' Met de verkoop van het huis hoopt hij de verhuizing te kunnen bekostigen. ,,Verder zien we wel. Al word ik vrachtwagenchauffeur in Florida, het maakt me niet uit. Ik wil wég uit Hongarije. De mentaliteit is verziekt.''

Na dagen van bouwen aan de filmset is het moment dan eindelijk daar: de opnames beginnen! Spielberg zelf blijft die dag helaas in zijn hotel en heeft zijn cameraman gestuurd; het gaat per slot van rekening om eenvoudige opnames zonder acteurs. Maar de opwinding is er niet minder om. Zo'n vijftig jongens en meisjes van de catering en het licht vullen de straat. In de man die de regenmachine hanteert herkennen wij de leraar Engels van het gymnasium verderop. Hij verdient er vandaag een half maandsalaris bij.

Hippie-buurman loopt rond alsof hij Spielberg zélf is, terwijl de dertiger-buurman zich met misprijzende blik op de stoep heeft geïnstalleerd met een glas rosé en een sigaar.

En zo hou ik, vanaf de overkant van de straat, stilletjes mijn beide buurmannen in de gaten.

De één leent vaders huis uit aan een Amerikaan die er tegen gunstige belastingtarieven en lage lonen zijn ding komt doen. De ander wisselt het familiehuis, inclusief alle jeugdherinneringen tussen die muren, in voor een onzekere toekomst in Amerika.

Tegen de avond, als de opnames klaar zijn, maakt de Amerikaanse opnameleider de balans van die eerste dag op. ,,Op papier had filmen in Hongarije goedkoop geleken,'' zegt hij met nauwelijks verholen woede in zijn stem. ,,Maar aan elke Hongaar die op ons pad komt moeten we onder de tafel bijbetalen.''

Het is een epidemie in Hongarije: denken op korte termijn. Nú het geld pakken, zonder je zorgen te maken om klantenbinding.

,,Voor een volgende film komen we hier niet terug,'' zegt de opnameleider nog, na die eerste dag. ,,Die draaien we wel in Parijs of Praag.''

Een verziekte mentaliteit, had dertiger-buurman gezegd. Over een maand is hij met z'n gezin vertrokken. Hippie-buurman kan met het Spielberg-geld weer een jaar vooruit.

    • Tijn Sadée