Schröder heeft Duitsland niets gebracht

Na een ambtstermijn van zeven jaar is Gerhard Schröder, een taaie gladakker met stalen charme maar vage overtuigingen, die de bezielende visie mist om een vastgelopen land weer vlot te trekken, onmiskenbaar de opvallendste mislukking onder de zeven naoorlogse Duitse kanseliers. Volgens de peilingen heeft hij een minieme kans om een derde termijn te halen.

Het Duitsland van Schröder heeft niemand aangevallen, in geen enkel opzicht ondemocratisch gehandeld of zijn buurlanden de stuipen op het lijf gejaagd met uitbarstingen van intolerantie of redeloosheid. Maar afgezet tegen het succes en de bestendigheid die Adenauer, Ehrhardt, Brandt, Schmidt en Kohl Duitsland hebben gebracht, schiet Schröder drastisch tekort dat geldt ook als het gaat over het internationale imago na vijf decennia Duitse politieke consistentie en economische slagkracht. Als de kiezers in opiniepeilingen wordt gevraagd waar Schröder staat ten opzichte van zijn voorgangers en of hij tot de 'besten' van Duitsland behoort, dan staat Schröder onderaan – al is Kurt Georg Kiesinger, in de jaren zestig twee jaar kanselier, niet in deze peilingen opgenomen.

Het probleem is niet dat men hem een hansworst of een domoor vindt. Men vindt hem bekwaam, iemand die 'de cijfers kent'. En hij was een tijdje populair omdat hij Duitsland buiten de oorlog in Irak hield. Maar wat betreft de grote actuele vraagstukken moet Schröder de feiten onder ogen zien. Hij heeft zeven jaar gehad om in de Duitse economie een ommekeer teweeg te brengen maar heeft dat niet gedaan. Sterker, de economie zit dieper in het slop dan toen hij aantrad. Er is sprake van een nulgroei en vijf miljoen mensen zijn werkloos. Het vroegere Oost-Duitsland, met zo'n 20 procent werkloosheid, stagneert. Een nieuwe reactionaire partij van oud-communisten en ultralinkse afvalligen van Schröders eigen partij zal daar op 18 september waarschijnlijk de grootste stemmentrekker zijn.

In de buitenlandse betrekkingen van Duitsland hebben tientallen jaren van evenwichtigheid plaatsgemaakt voor een mengelmoes van zelfpromotie en kortetermijnmanoeuvres. Tijdens zijn twee ambtstermijnen is de Duits-Franse motor van het Europese leiderschap gesloopt, heeft de nauwe vriendschapsband met Rusland geleid tot verwijdering met een groot deel van Oost-Europa, en bevinden de betrekkingen met de Verenigde Staten zich op het slechtst denkbare niveau.

Financiële correctheid was eens een Duits handelsmerk. Onder de regering-Schröder werd slordig omgegaan met de staatsschuld (dit jaar weer 13 miljard hoger). Bovendien zijn de minachting voor de economische hervormingsrecepten van de Lissabon-agenda en de schending van het Groei- en Stabiliteitspact van de EU een bron van woede voor veel EU-lidstaten. Dezelfde Schröder hunkerde naar prestige en voerde vruchteloos campagne voor een Duitse zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties – hoewel hij (de ironie daarvan is alweer vergeten) in 2002, vóór de oorlog in Irak, had gezegd dat hij zich niets van die Raad zou aantrekken, hoe deze ook mocht besluiten over internationaal ingrijpen. Vorig jaar, toen de Duitse invloed in Europa tanende was, ging de kanselier de mist in toen hij probeerde zijn man, de Belgische premier Guy Verhofstadt, aan het hoofd van de Europese Commissie te plaatsen. Bij het merendeel van de leden stond Verhofstadt echter bekend als boodschappenjongen van Schröder die tweedracht zaaide toen Europa verdeeld was in een pro- en anti-Amerikaans kamp. Dit fiasco verklaart voor een klein deel waarom Schröder in twee peilingen zo slecht afstak bij zijn voorgangers.

De ene werd gehouden in augustus, in opdracht van het politieke maandblad Cicero, de andere vorig jaar door de televisiezender ZDF. In de eerste peiling kreeg Schröder 1 procent van de stemmen als belangrijkste Duitse kanselier en in de tweede eindigde hij als 82ste in een groep van de '100 beste Duitsers', 50 plaatsen achter elke andere kanselier die in de groep voorkwam. Ik heb het idee dat dit niet zozeer een teken is van massale minachting voor Schröder als wel van de mate waarin de Schröder-jaren een gevoel van gestage teruggang en doelloosheid hebben opgeroepen.

Als een vergelijking wordt gemaakt met de kracht van een Adenauer, de Ostpolitik van Brandt, het Wirtschaftswunder van Ehrhardt, het leiderschap van Kohl bij de hereniging of de inspanningen van Schmidt om een Europese Monetaire Unie tot stand te brengen en met Amerikaanse hulp de op Duitsland gerichte Sovjet-raketten te trotseren – wat is dan de erfenis van Schröder? Een reeks belastingmaatregelen en het arbeidsmarktprogramma Hartz IV – zelfs bescheiden genoemd door het meestal welwillend gestemde Centrum voor Europese Hervorming in Londen? Een paar recente economische lichtpuntjes, waaronder een stijging van de Dax-effectenindex, die volgens de Dresdner Bank (schrijft The Financial Times) voornamelijk het gevolg zijn van het vooruitzicht dat de kanselier binnenkort vertrokken is? Vermoedelijk zal Schröder vooral de geschiedenis ingaan als de belichaming van het laatste stadium van het Duitse kapitalisme: een overgereguleerd systeem met overheersende deelbelangen, die in veel opzichten de vitaliteit van het land hebben uitgeput.

Zijn geknoei, geaarzel en besluiteloosheid, zijn ontbrekende grote leiderschap bij de doorvoering van economische verandering, zijn gemorrel aan de hechte mondiale verhoudingen ten koste van het brede vertrouwen dat Duitsland in de loop van tientallen jaren had verworven (denk aan Schröders mislukte plan om het wapenembargo van de EU tegen China op te heffen, en de latere Realpolitik van Peking toen dit uit wraak de Duitse blauwdruk voor de uitbreiding van de Veiligheidsraad weigerde te steunen) – deze factoren vormen de duistere achtergrond van toekomstige veranderingen. De gedachte dat Duitsland al zeven jaar nergens heen gaat, zonder coherent leiderschap om de stagnatie te doorbreken, is voor mij de kern van Schröders falen.

Helmut Kohl, wiens verwaarlozing van economische hervormingen noodlottig is gebleken en die de hereniging jarenlang bekostigde door in te teren op de Duitse rijkdom, waarschuwde Duitsland in 1998 voor de verkiezing van Schröder – een uitdager die volgens hem in de geschiedenis consequent aan de verkeerde kant stond: tégen de hereniging, tégen de komst van de euro, tégen de plaatsing in Duitsland van de Amerikaanse raketten als antwoord op de SS-20's van de Sovjet-Unie, die de ineenstorting van Moskou verhaastten. Ik vroeg Schröder destijds om een reactie op Kohls oordeel over hem. Schröder antwoordde minzaam: ,,De strategische hoogvlakten zijn ingenomen. Ik ben verantwoordelijk voor de lagere niveaus, waar het werk moet worden gedaan.'' Verantwoordelijk, zei hij. Als Merkel Schröder verslaat, zoals de verwachting is, zal dat niet zozeer worden verklaard door haar projecten of bezielende vermogens, al weerde ze zich zondag opmerkelijk gemakkelijk en strijdlustig in het televisieduel met Schröder. De verklaring zal eerder schuilen in het feit dat Schröder zich onvoldoende van die verantwoordelijkheden heeft gekweten, en in het gevoel – nu ook af te meten op de schaal van de naoorlogse Duitse leiders – dat dit wel een heel middelmatige kanselier was.

John Vinocur is columnist van The International Herald Tribune.© NYT