Ruimtegebrek nekt beleid natuurbeheer

Het behoud van natuur en landschap in Nederland dreigt spaak te lopen. Belangrijkste oorzaken zijn gebrek aan geld, te weinig ruimte in Nederland en planologische onduidelijkheid.

Dat stelt de Natuurbalans 2005, het jaarlijkse rapport waarin het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) op verzoek van het kabinet de toestand van de natuur beschrijft.

Het rapport wordt morgen aangeboden aan minister Veerman (LNV).

Volgens de onderzoekers zijn nog steeds te veel gebieden binnen de zogenoemde ecologische hoofdstructuur versnipperd. Daardoor is de waarde van deze gebieden voor de natuur beperkt.

Ook waarschuwt het rapport voor de gevaren van natuurbeheer door particulieren en boeren. Het kabinet stimuleert dat, maar de toekomst van agrarisch en particulier natuurbeheer in grote natuurgebieden is niet gegarandeerd, en bovendien zijn er indicaties dat boeren en particulieren niet de natuurdoelen halen die grote terreinbeheerders wel halen. De kwaliteit van de natuurgebieden laat ook nogal eens te wensen over, aldus de onderzoekers. Het waterpeil is dikwijls te laag, wat tot verdroging leidt, en de landbouw in de buurt produceert nog steeds te veel stikstof en ammoniak.

Ook het Nederlandse landschap wordt bedreigd. Het kabinet heeft twintig waardevolle nationale landschappen aangewezen. Maar om de kwaliteiten daarvan te versterken is tien keer meer geld nodig, namelijk jaarlijks tweehonderd miljoen euro, dan nu beschikbaar is. Ook zijn er onvoldoende garanties dat deze landschappen niet worden volgebouwd met woningen of bedrijven.

De Natuurbalans 2005 plaatst ook kanttekeningen bij het kabinetsbeleid om meer over te laten aan provincies, gemeenten en waterschappen. Dat kan goed uitpakken, aldus het MNP, maar op dit moment zijn er vooral bij de provincies nog te weinig plannen om natuur veilig te stellen en ook moet het rijk de regionale overheden kunnen aanspreken op internationale doelen.