Romeo en Julia bij de varkens

Toen in 2001 Het schnitzelparadijs van Khalid Boudou verscheen, schreef Abdelkader Benali: ,,Hilarisch, komisch, turbo-vaart, onvergetelijke personages – en wijs. Meteen verfilmen!'' Die film is er nu, en hij is hilarisch, komisch en heeft turbo-vaart. Martin Koolhoven regisseerde hem zo dat de film schreeuwt om een groot publiek. Koolhoven, vooral bekend van Het zuiden en De grot, maakte er een zo universeel mogelijk sprookje van met veel couleur locale, met herkenbare personages in alle soorten en maten, met een Marokkaanse Romeo en een blonde Julia, die allebei niet zozeer onder hun afkomst lijden maar een klassiek generatieconflict verbeelden. Nordip, in een running gag door zijn meerderen steeds Nordil genoemd, wil geen medicijnen studeren, zoals zijn vader hoopt, en Agnes begint als serveerster onderop omdat ze ooit het familiebedrijf moet overnemen. Van het flinterdunne verhaaltje wil Het schnitzelparadijs het dan ook niet hebben. Wel van de grappen en grollen in de keuken van De Blauwe Gier, het op een vestiging van Van der Valk geïnspireerde restaurant waar Nordip en Agnes samen met een Hollandse keukennazi, twee Marokkaanse lefgozertjes, een Joegoslavische slager en een domme Turk de multiculturele samenleving in het klein mogen overdrijven. Op een cliché meer of minder kijkt Koolhoven daarbij niet, en waarom zou hij ook. Toch wordt de overdrijving door de regisseur nooit vol als stijlmiddel ingezet. Ondanks alle vette grappen en grollen is Het schnitzelparadijs een verbazend makke film, die nergens over de schreef gaat en voor elke verwijzing naar de actualiteit terugschrikt. Waarom zou er in een feelgood comedy eigenlijk geen verwijzing naar de moord op Theo van Gogh kunnen zitten?

Die schroom schijnt door de walm van de vetste grappen heen. De bluf van Shouf Shouf Habibi, de eerste Nederlandse komedie over Marokkanen, ontbreekt hier. Koolhoven heeft in interviews al vaak gezegd dat het flauw is zijn film met Shouf Shouf te vergelijken alleen omdat er Marokkanen in voorkomen. Maar zoveel films met Marokkanen zijn er nu eenmaal niet, al staan er mede door het succes van Shouf Shouf nog een aantal op stapel. Het verschil in aanpak is misschien het duidelijkst door te zeggen dat Shouf voor veel Marokkanen een feest van herkenning was en Het schnitzelparadijs dat voor alle Nederlanders is. Weinig verrast.

De schroom is ook in de regie terug te vinden. In een van de eerste scènes staan Nordip en Agnes in een koelcel van het restaurant. Waar staat hij dichterbij, bij zo'n geslacht varken, waarvan de huid is opengeratst, of bij haar, blondine, van wie de huid zo zacht nog om botten en vlees zit? Maar voor je je zulke dingen hebt kunnen afvragen, hebt kunnen zien, is de scène alweer voorbij. Het schnitzelparadijs is zo vlot dat hij bijna al zijn mogelijkheden voorbij snelt en vlug, vlug, naar het volgende open doekje racet. Ander voorbeeld. Agnes weet de sleutel van een hotelkamer te versieren, het paar kan voor het eerst met elkaar naar bed, en voor je het weet gaat de deur dicht. We hebben niet eens de kans gekregen om het interieur te zien. Men zegt wel dat je een grap nooit moet uitmelken, maar kennelijk bestaat ook het tegenovergestelde. In Het schnitzelparadijs worden veel mogelijkheden afgeknepen. Zelfs in de keuken waar het grootste deel van de film zich afspeelt, ontbreekt het visuele vuurwerk waar alleen al de titel naar doet verlangen. Alleen Amimoen en Mo mogen eindeloos hun grappen maken. Mimoun Oaissa, bedenker van en acteur in Shouf Shouf Habibi, overvleugelt als Amimoun met teveel gemak hoofdpersoon Nordip (nieuwkomer Mounir Valentyn).

Het is alsof Koolhoven zijn talenten voor deze film heeft afgeremd, alsof hij geen film maakt over, maar als een Van der Valk.

Het schnitzelparadijs. Regie: Martin Koolhoven. Met: Mounir Valentyn, Bracha van Doesburgh, Frank Lammers, Mimoun Oaissa. In: 50 bioscopen.

    • Bianca Stigter