`Politiek smaakverschil' tussen De Vries en premier

In zijn boek Overmoed en onbehagen heeft voormalig CDA-kopstuk Bert de Vries scherpe kritiek op het CDA. Heeft hij gelijk?

De kritiek van oud-fractievoorzitter Bert de Vries (CDA) op de koers van zijn partij heeft in het CDA veel losgemaakt. De CDA-top rondom voorman Balkenende lijkt bezig met een gecoördineerde tegenactie. Partijvoorzitter Van Bijsterveldt pakte ,,Bert'' aan in het tv-programma Buitenhof. Bewindslieden De Geus (Sociale Zaken) en Wijn (Financiën) schreven een tegenstuk in het Nederlands Dagblad. De kritiek die De Vries in zijn boek Overmoed en onbehagen formuleert op onder meer de kosten van de vergrijzing is volgens Balkenende en zijn medestanders onjuist.

De vraag rijst of De Vries gelijk heeft als hij schrijft dat het kabinet de vergrijzingskosten overdrijft en doemscenario's schetst. Over de demografische kerngegevens bestaat geen verschil tussen De Vries en zijn partijgenoten in het kabinet. Beiden gaan uit van een toenemend aantal ouderen ten opzichte van het aantal werkenden, beiden houden rekening met een langere levensduur. Maar bij het formuleren van maatregelen lopen de wegen uiteen.

Vooropgesteld dat de discussie tussen De Vries en Balkenende vooral ideologisch is, zijn er wel enkele feiten die naast elkaar kunnen worden gelegd. Balkenende en zijn kabinet worden bij hun hervormingen gesteund door een instituut als de OESO, en door de Europese Commissie.

De Vries stelt dat de kosten van de AOW nagenoeg volledig worden gecompenseerd door de extra belastinginkomsten van gepensioneerde ouderen. Dat klopt als je geïsoleerd naar de AOW kijkt, blijkt uit de CPB-rapportage Ageing in the Netherlands die in 2000 verscheen. Tegenover de kosten voor de AOW in 2040 (9 procent van het BBP) staan belastinginkomsten van gepensioneerden van in totaal 8,4 procent van het BBP in datzelfde jaar. Het best bewaarde geheim van Den Haag, schrijft De Vries. Daarmee doelt hij erop dat althans het CDA die informatie niet geeft. Want in de Miljoenennota voor 2004, uit september 2003 en de eerste miljoenennota van Balkenenede-II staat echter letterlijk: ,,De vergrijzing heeft grote gevolgen voor de overheidsuitgaven (AOW en zorg). Tegenover de toename van de overheidsuitgaven zullen weliswaar hogere belastingopbrengsten over de penisoenen staan, maar daarmee valt slechts een deel van de hogere uitgaven op te vangen.''

Over de aflossing van de staatsschuld is De Vries duidelijk: dat moet men zien als een acceptabele hypotheek, waar komende generaties mee worden opgezadeld. Daar tegenover staat echter een verzorgingsstaat met alle infrastructuur, en sociale zekerheden. De Vries verwijt Balkenende de staatsschuld in één generatie af te willen lossen, hetgeen volgens hem niet nodig is. Een staatsschuld vergelijkbaar met het huidige niveau, 58 procent van het BBP, is volgens De Vries geen enkel probleem. Dat biedt ruimte voor een gemiddeld financieringstekort van 2,4 procent per jaar, omgerekend zo'n 15 miljard euro per jaar aan extra uitgavenruimte.

Dit verwijt van De Vries aan Balkenende is niet helemaal terecht. Het eerste kabinet Balkenende stelde zichzelf inderdaad nog ten doel de staatsschuld in een generatie volledig af te lossen. Maar in 2003 bleken die scenario's al te zijn verlaten. In de miljoenennota voor 2004 staat letterlijk: ,,Het voorkomen dat een meer dan proportioneel deel van de last van de vergrijzing moet worden gedragen door toekomstige generaties vraagt (dus) niet noodzakelijkerwijs een volledige aflossing van de overheidsschuld.''

Hét verschil tussen Balkenende en De Vries schuilt in een ideologische keuze. De Vries vindt een staatsschuld van 58 procent acceptabel, Balkenende niet. De Vries vindt de hypotheekrenteaftrek onhoudbaar, Balkenende niet. De Vries vindt het niet goed om meer verantwoordelijkheden bij burgers en bedrijven te leggen, Balkenende denkt daar anders over.

Of, zoals De Vries het in zijn boek zelf zegt: ,,Het is vooral een kwestie van politieke smaak. Wie elke stijging van de collectieve lastendruk als een nationale ramp beschouwt, zal vinden dat de overheid extra moet bezuinigen of dat burgers zelf een groter deel van de zorgkosten moeten gaan betalen. (...) Iedereen die de omvang en de achtergrond van het restprobleem nuchter tot zich laat doordringen zal tot de slotsom komen dat het niet ernstig genoeg is om de bevolking de stuipen op het lijf te jagen met doemscenario's.''

    • Egbert Kalse