Papieren belofte of doorbraak in ontwikkeling?

Rijke landen worden rijker maar niet vrijgeviger. De ongelijkheid in de wereld neemt toe. Twee conclusies van een gezaghebbend VN-rapport dat vanmiddag verscheen.

De ontwikkeling van het welzijn van de mensheid wordt geremd door tekort aan ontwikkelingshulp, matige kwaliteit van die ontwikkelingshulp, groeiende ongelijkheid, een oneerlijk handelssysteem en een tekortschietend veiligheidsbeleid. Dat staat in het Human Development Report 2005 van UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (VN).

Voorafgaand aan een belangrijke VN-top volgende week is het rapport vanmiddag in New York aangeboden aan de 191 lidstaten van de VN. Het rapport loopt vooruit op een aantal thema's die centraal staan op de top, zoals armoedebestrijding en internationale veiligheid. De veelzeggende titel van het rapport is: Internationale samenwerking op een kruispunt: hulp, handel en veiligheid in een ongelijke wereld.

Vijf jaar geleden beloofde een recordaantal regeringsleiders tijdens een speciale VN-top in de zogeheten Millennium Verklaring om de strijd aan te binden met de armoede. Dat deden ze aan de hand van heel concrete zogeheten millennium ontwikkelingsdoelen. Vóór 2015 moesten armoede en honger zijn gehalveerd. Kindersterfte moest met tweederde zijn teruggedrongen. Alle kinderen moesten naar de basisschool kunnen. En zo waren er meer doelen.

Inmiddels is het voor de wereldleiders tijd een tussenbalans van de voortgang op te maken. Sinds begin dit jaar ligt er voor het eerst een gedetailleerd actieplan om de millenniumdoelen te halen. De komende VN-top is volgens het ontwikkelingsrapport van UNDP hét ,,moment om te bewijzen dat de Millennium Verklaring niet zo maar een papieren belofte'' is maar ,,een beslissende doorbraak in menselijke ontwikkeling''.

De tussenstand op weg naar de millenniumdoelen, zoals het rapport die schetst, oogt somber. Weliswaar zijn mensen in ontwikkelingslanden nu over het algemeen gezonder, beter opgeleid en minder arm dan in 1990. Maar bij ongewijzigd beleid zullen de meeste landen de doelen niet halen. In het huidige tempo bereikt Afrika ten zuiden van de Sahara het doel om de kindersterfte met tweederde terug te dringen pas in 2115, een eeuw te laat. Dat betekent dat alleen al de komende tien jaar 41 miljoen kinderen onnodig sterven.

Achttien landen met een gezamenlijke bevolking van 460 miljoen mensen zijn er sinds 1990 op achteruit gegaan: twaalf landen in Afrika en zes landen uit de voormalige Sovjet-Unie. In veel van die landen is de levensverwachting sinds 1990 met twintig jaar of meer gedaald. De kans van een pasgeboren baby om de 30 te halen is in Zambia nu kleiner dan in 1840 in Engeland.

De ongelijkheid in de wereld neemt niet af maar toe. In 1990 was een gemiddelde Amerikaan 38 keer zo rijk als een gemiddelde Tanzaniaan. Dat is nu 61 keer. De rijkste 500 mensen van de wereld volgens het blad Forbes hebben hetzelfde jaarinkomen als de 416 miljoen armsten.

Het gemiddelde inkomen in rijke landen is sinds 1990 met 6.070 dollar per inwoner gestegen. In diezelfde periode is de ontwikkelingshulp die rijke landen per inwoner geven met een dollar gedaald. Na het grote bezuinigen op ontwikkelingshulp in de jaren negentig steeg die hulp de laatste jaren weer tot naar schatting 78 miljard dollar in 2004. Dat was 0,25 procent van het nationaal inkomen van de rijke landen, nog altijd minder dan de 0,33 procent die ze in 1990 aan ontwikkelingshulp spendeerden. En nog niet de helft van de 0,7 procent die ze al 35 jaar beloven.

Het ontwikkelingsrapport schrijft dat de geldpot om de millenniumdoelen te halen vijf jaar geleden bij het tekenen van de Millennium Verklaring ,,driekwart leeg was en lekte''. Intussen heeft een ongekende internationale campagne om de hulp substantieel te verhogen dit jaar tot een kentering geleid. De oude lidstaten van de Europese Unie verhogen de ontwikkelingshulp tot minimaal 0,56 procent van het nationaal inkomen in 2010 en 0,7 procent in 2015, zo is de afspraak. De G8, de groep rijkste geïndustrialiseerde landen plus Rusland, heeft een deel van de schulden van achttien arme landen kwijtgescholden en een verdubbeling van de hulp aan Afrika beloofd.

Maar die stroom aan extra hulpgeld komt volgens het ontwikkelingsrapport erg traag op gang. Ook is het de vraag of alle beloften worden waargemaakt. Rijke landen hebben een slechte naam als het om inlossen van toezeggingen voor ontwikkelingshulp gaat. Zelfs als alle beloofde bedragen loskomen, stijgt het mondiale ontwikkelingsbudget volgend jaar maar tot 88 miljard dollar, 0,3 procent van het nationaal inkomen van de rijke landen. Voor het halen van de millenniumdoelen is volgend jaar 46 miljard dollar méér nodig. De doelen blijven dus voorlopig buiten bereik.

Niet alleen tekort aan geld remt de ontwikkeling van de mensheid, ook de gebrekkige kwaliteit van de ontwikkelingshulp. Volgens het ontwikkelingsrapport zijn rijke landen vaak onbetrouwbare en onberekenbare partners voor arme landen. Donorlanden maken beloofd hulpgeld niet volledig en te laat over. Ook verplichten ze arme landen een groot deel van het geld in het gevende land te besteden. Daardoor wordt de werkelijke waarde van de mondiale ontwikkelingshulp jaarlijks zeker 5 tot 7 miljard dollar lager.

Conflicten zorgen onvermijdelijk voor een negatieve ontwikkeling van welzijn. Voor het halen van de millenniumdoelen is het cruciaal dat ze beter worden voorkomen en sneller worden opgelost, aldus het rapport, en dat getroffen landen in de wederopbouwfase langer kunnen rekenen op steun. Conflicten doen zich sinds 1990 voornamelijk voor in arme landen. Negen van de tien landen aan de staart van de ontwikkelingsranglijst van UNDP hebben net een oorlog achter de rug.

Een rechtvaardiger handelssysteem zou het halen van de millenniumdoelen ook vergemakkelijken, zegt het rapport. Rijke landen hebben de mond vol over vrijhandel. Intussen subsidiëren ze de eigen landbouw en drukken ze de boeren in de arme landen van de markt. Ze steunen de landbouw in de Derde Wereld met een miljard dollar per jaar terwijl ze hetzelfde bedrag per dag besteden aan de eigen overproductie in de landbouw. Dat scheelt de arme landen direct en indirect jaarlijks 72 miljard dollar aan gederfde inkomsten. Dat is bijna het bedrag dat ze vorig jaar ontvingen aan ontwikkelingshulp.

    • Dick Wittenberg