In het noorden is internet nog eng

Een student die een eigen bedrijf runt. Kan dat? Ja, zo wijst de praktijk uit. Deel 9 van een serie. ,,Onze droom is om vestigingen in heel Nederland te openen.''

Blij stoten ze elkaar aan als een voorbijganger stopt bij hun nieuwe veilingshop in Hilversum en een folder meeneemt. Deze week gaat de vestiging officieel open. ,,De folders hangen alvast buiten, zodat omwonenden weten wat wij doen'', zegt Wouter Albers (20).

De afgedankte spullen van iemand anders verkopen op internet. Een simpel idee, maar tot voor kort was er niemand die het in Nederland deed. Albers las er vorig jaar over in een Amerikaanse krant. Hij was al een tijdje actief op Ebay, toen zijn zus hem vroeg haar smurfenverzameling te verkopen. ,,Ze had veel dubbele waar ze vanaf wilde.'' Daar zat meer in, dacht hij. Samen met zijn clubgenoot van de Groningse studentenvereniging Dizkartes, Vincent Hoekstra (21), zette hij vorig jaar oktober de veilingwinkel Drop-Off op. ,,Vincent was erg enthousiast. Hij wilde graag een eigen bedrijf opzetten, net als zijn vader die een dakdekkersbedrijf heeft.''

De twee openden hun eerste filiaal in Groningen. Een balie en een computer voldeden. ,,Mensen leveren hun spullen hier af en wij doen de rest'', zegt Albers, derdejaars student international economics and business. ,,We maken een foto en zetten het product op Ebay. Dat betekent ruim 100 miljoen potentiële kopers.'' Hun topstuk werd verkocht in de VS, voor 7.000 dollar (5.588 euro). Het betrof een zilveren fruitschaal. ,,Er paste nauwelijks een appel in'', lacht Albers.

Bij opbrengsten tot 500 euro krijgt Drop-Off 10 euro plus 30 procent van de behaalde verkoopprijs. ,,Over het gedeelte bóven 500 euro berekenen we 20 procent. Bij bedragen hoger dan 5.000 euro maken we een aparte afspraak.''

Hoekstra en Albers kozen voor de simpelste en goedkoopste vorm voor hun onderneming: de vennootschap onder firma. De oprichtingskosten bleven beperkt, omdat ze geen notaris hoefden in te schakelen. Inmiddels is Drop-Off wel een BV. ,,In april vonden we vijf particuliere investeerders, waardoor we konden professionaliseren'', zegt Hoekstra, vierdejaars hbo-student bedrijfseconomie. De afgelopen tijd deden ze nog meer investeringen. ,,We hebben een nieuw softwareprogramma, waarmee we productgegevens met één druk op de knop op Ebay kunnen zetten. Dat scheelt veel tijd.''

Ook besloten ze een tweede vestiging te openen in Hilversum en namen ze twee bedrijfsleiders in dienst. ,,We hebben een klein statistisch onderzoekje gedaan, waaruit bleek dat er ook vraag naar onze winkels is in het westen. We kozen voor Hilversum, omdat de huurprijs hier niet zo hoog is.'' Ze hebben goede verwachtingen van het westen. ,,Het is nogal een stugge markt in het noorden en oosten. Internet vinden velen eng. Wat de boer niet kent, eet-ie niet.''

Winst maken ze nog niet. ,,We doen vooral veel investeringen'', vertelt Albers. ,,Het heeft tijd nodig voordat ons concept aanslaat. Deze maand gaan we echt adverteren. We denken begin 2006 quitte te draaien.'' Tot voor kort waren ze zeker drie dagen per week kwijt aan Drop-Off. Ze hopen dat dat, dankzij de bedrijfsleiders, minder wordt. Ze hebben namelijk vertraging opgelopen met hun studie. ,,Het maakt niet uit dat we er wat langer over doen, maar we willen de studie wel afmaken.''

Dat ze er nog niks mee verdienen, is geen probleem. ,,We leven van onze studiefinanciering'', zegt Hoekstra. ,,We vinden het leuk om dit nu te doen en we hebben er de tijd voor. Onze droom is om vestigingen in heel Nederland te openen. Maar misschien verkopen we het over een tijdje en gaan we iets anders beginnen. We beschouwen Drop-Off niet als ons levenswerk.''

Dit is een serie over studentenondernemingen. Volgende week: een beleggingsadviseur.

    • Marleen Luijt