Het is weer tijd voor het Indiase ritueel

Een prijsstijging van benzine en diesel gaat in India altijd gepaard met een ritueel: demonstraties op straat. Nee, het zijn geen consumenten die het zat zijn dat de oliemaatschappijen hun portemonnees opnieuw weer lichter maken. Het zijn politieke partijen die hun leden hebben opgetrommeld om te protesteren tegen het kabinetsbeleid.

Inderdaad, kabinetsbeleid. De regering, in het bijzonder het ministerie van Petroleum, bepaalt met hoeveel de oliemaatschappijen, staatsbedrijven, hun prijzen mogen opschroeven. De vrije markt staat buitenspel. Gisteren was het zover. De regering kwam bijeen en besloot tot een verhoging van de prijzen.

Sinds vandaag kosten diesel en benzine respectievelijk 3 en 2 rupees meer. Voor een liter benzine betaalt de autobestuurder aan de pomp nu 43,50 rupees, ongeveer 80 eurocent. Diesel is met een prijs per liter van 30,45 rupees een stuk goedkoper.

Economen kritiseren de wijze waarop India de prijzen kunstmatig laag houdt. Indiase maatschappijen als Bharat Petroleum Corporation en Hindustan Petroleum lijden als gevolg van dit beleid verlies of maken amper winst.

Maar dat laatste maakt de communistische partijen in India weinig uit. Die zijn, net als de hindoe nationalistische oppositiepartij BJP, protesten aan het organiseren tegen het beleid van de regering onder leiding van de Congrespartij. Waarom precies is voor de buitenstaander onduidelijk. Het zijn vooral de middenklasse en het bedrijfsleven die de prijsstijging voelen; bepaald niet de achterban van de communisten.