Geen massale migratie van Polen

De vijftien oude lidstaten van de EU zijn niet overspoeld met werknemers uit de landen die vorig jaar lid van de EU zijn geworden. Uit een gisteren gepresenteerd onderzoek van de European Citizen Action Service (ECAS) blijkt dat in de meeste landen het aantal werknemers onder vooraf vastgestelde quota bleef. Dat geldt ook voor Frankrijk, waar dit voorjaar nog een verhit debat werd gevoerd over de komst van `Poolse loodgieters' die de Franse arbeidsmarkt zouden bedreigen. Uit het onderzoek blijkt dat tussen 1 mei 2004 – de dag dat de Unie met tien landen werd uitgebreid – en 31 maart van dit jaar in Frankrijk 875 permanente en 737 tijdelijke werkvergunningen voor arbeidskrachten uit Polen zijn verstrekt.

ECAS, een belangengroep onder voorzitterschap van de oud-voorzitter van de Europese Commissie, Mario Monti, die zich onder meer inzet voor vrij verkeer van personen in de EU, baseert haar onderzoek op gegevens van onder andere arbeidsbureaus.

Kort voordat de uitbreiding van de Unie een feit werd, stelden de meeste lidstaten tijdelijke quotumregelingen in om te grote verstoring van de eigen arbeidsmarkt te voorkomen. In de EU geldt een vrij verkeer van werknemers.

De werknemers uit de nieuwe lidstaten zijn vooral naar Groot-Brittannië en Ierland getrokken, waar respectievelijk 175.000 en 85.000 werkvergunningen werden verstrekt. In deze landen golden de minste restricties. Uit de gegevens blijkt dat in Nederland het aantal verstrekte werkvergunningen voor werknemers uit de nieuwe lidstaten verdubbelde van 12.000 naar 24.000. Dat komt ongeveer overeen met het quotum dat Nederland had gesteld. In totaal werken naar schatting zo'n half miljoen Polen met vergunning elders in Europa. Illegaal werkende Polen, of Polen met een Duits paspoort zijn buiten beschouwing gebleven in het onderzoek. In Nederland werken naar schatting ruim 20.000 `Duitse Polen'.