Foto's

Op de tentoonstelling Footsteps of Elvis in de Beurs van Berlage in Amsterdam hangt een serie zwartwitfoto's die mij meer kon bekoren dan de ouwe meubeltjes van Elvis en het stukje zeep waarmee hij in zijn privé-vliegtuig zijn oksels waste.

Die foto's laten een heel andere kant zien van het type shouwbusiness dat in de jaren vijftig kwam opzetten. Een schuldelozer, nog bijna onbedorven kant.

Het waren de eerste jaren van de rock'n'roll, de platenmaatschappijen en de impresario's moesten de kippen met de gouden eieren nog slachten. Het was een wereld van slechtverlichte zaaltjes en nog ongedrogeerde zangsterren, die per bus naar hun niet al te opdringerige fans reisden.

Op die foto's zijn de artiesten nog mensen die niet kunnen bevroeden hoeveel legendevorming er rond hen zal ontstaan. Ze lijken zich nauwelijks van zichzelf bewust. Dat maakt ze meer ontspannen en ongedwongen dan ze later ooit zullen zijn.

We zien Phil Everly in een sjofele, kale kleedkamer met de allang vergeten zangeres Margie Rayburn praten, terwijl zij uit een plastic koffiebekertje drinkt. Het bekertje van Phil staat op een schap voor de kleedkamerspiegel, niemand is in de verleiding gekomen het achterover te drukken, zoals met het stukje zeep van Elvis gebeurde. Want in deze kleedkamer is nog niemand beroemd.

Het is 1959, de 22-jarige Buddy Holly zit in een bus en kijkt vanachter wat later de beroemdste bril van de rock'n'roll zou worden meewarig naar een jongen op een bank voor hem, die zich aanstelt naast een blond meisje. Even later is Buddy uitgestapt, hij staat verloren tussen twee grote bussen, in een parka en een broek die iets te kort is. Hij heeft zijn das hoog opgetrokken. Zou het erg koud zijn geweest?

Was het misschien op die tour door het Midden-Westen in februari 1959 toen het hele gezelschap in de sneeuw kwam vast te zitten? De volgende dag, 3 februari, besloot Buddy in Mason City het vliegtuig, een Beechcraft Bonanza, naar een volgend optreden te nemen. Het stortte vijf minuten na het vertrek in de dikke sneeuw neer, zó geluidloos dat weinigen het hoorden. Elvis, G.I. in Duitsland, stuurde een condoleance en meed een poosje de vliegtuigen.

Ruim twee jaar eerder, op 23 november 1956, had Elvis een optreden in Cleveland, Ohio. De kranten staakten, waardoor Lew Allen, een 17-jarige schooljongen, de kans kreeg als enige fotograaf te fungeren. Ook zijn foto's hangen op de tentoonstelling in de Beurs van Berlage. Elvis is nog een vrij mollige jongen met pubervet in de wangen, maar de magie is er al, vooral in die knieën die hij beurtelings naar het publiek uitsteekt.

Op de mooiste foto staat Elvis aandachtig te bellen in een afgetrapt kantoortje, ergens achter het podium. Het toestel is van zwart bakeliet en boven Elvis hangt een naakt peertje aan een draad. Op de vensterbank achter hem staan een blikje verf en wat flesjes, links van hem hangt een leeg knaapje aan een kapstok.

De roem is al onderweg, en daarmee zijn ondergang, maar hij weet het gelukkig nog niet.

    • Frits Abrahams