Druk op Fazio neemt toe

De Romeinen bouwden rechte wegen, die allemaal naar Rome liepen. De weg die Italië heeft gekozen om de crisis rond zijn centrale bank te bezweren, was kronkelig en indirect, maar gaat nu dan toch eindelijk in de juiste richting.

De regering – via de aan de pers geventileerde `persoonlijke' opvattingen van een aantal ministers – zinspeelt erop dat Antonio Fazio, de in diskrediet geraakte president van de Bank van Italië, moet aftreden. Zelfs premier Silvio Berlusconi heeft de oproepen tot een vertrek van Fazio `verdedigbaar' genoemd.

Ook de trouwste politieke steunpilaar van de bankpresident, de Lega Nord, lijkt zijn standpunt te hebben verzacht. Dit leidt ertoe dat Fazio's positie er steeds precairder uitziet.

In een ideale wereld zou de Italiaanse regering eerder en onomwondener haar mening hebben geuit. Maar zij bevond zich niet in een positie om dat te doen. Fazio hoeft immers geen verantwoording aan de regering af te leggen, en de regerende centrum-rechtse coalitie is zwak en verdeeld. Noch de regering noch de geschonden geloofwaardigheid van Italië heeft baat bij openlijk en onbetamelijk gekrakeel. Als Fazio erin zou slagen om op het nippertje zijn post te behouden, zou de situatie alleen nog maar slechter worden. Als Fazio echter het hoofd in de schoot legt en opstapt, hoeft het nog niet te laat te zijn om de schade te beperken.

In de eerste plaats moet de opvolgingsprocedure doorzichtig en onverdacht zijn. Dat betekent dat Domenico Siniscalco, de huidige minister van Financiën en de man die aan kop gaat in de strijd tegen Fazio, zijn eigen kandidatuur in klare taal moet uitsluiten, in plaats van die slechts af te doen als nonsens.

Bovendien moet Italië een sterke, onafhankelijke centralebankpresident benoemen, die de regering ook op geloofwaardige wijze ter verantwoording kan roepen over haar economische beleid. Sommige namen van mogelijke kandidaten zijn redelijk bemoedigend. Zowel Mario Monti, de vroegere eurocommissaris van Mededinging, als Mario Draghi, de vroegere secretaris-generaal van het ministerie van Financiën, voldoet aan de genoemde criteria. Zij zouden ook helpen de reputatie van Italië in het buitenland te herstellen. En gezien Romes beroerde aanpak van de zaak tot nu toe is dat geen overbodige luxe.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Camilla Palladino