`Dat ze erg zouden lijden is onzin'

Moet de mens ingrijpen wanneer in een natuurgebied één op de vijf dieren sterft van de honger? Morgen debatteert de Tweede Kamer over de Oostvaardersplassen.

,,Dit zie je nergens'', zegt Frans Vera. Behalve in de Oostvaardersplassen. In de gloed van de late middagzon lopen enkele honderden wilde paarden over het gras. De kudde maakt verschillende bewegingen; de rechterflank trekt in volle galop op, op de voorgrond lopen paarden nerveus heen en weer, in het midden bijten twee hengsten elkaar, in een poging hun harems bij elkaar te houden.

Ecoloog Frans Vera, geestelijk vader van de Oostvaardersplassen, rijdt met een terreinauto van Staatsbosbeheer dwars door het bijna zesduizend hectare grote natuurgebied tussen Lelystad en Almere, zijn love baby. In het twintig jaar oude natuurgebied mag de natuur z'n gang gaan. Hier leven ongeveer drieduizend dieren in het wild bijeen; edelherten, Heckrunderen en konikpaarden.

Morgen spreekt de Tweede Kamer over het gewenste beheer van de Oostvaardersplassen. Eerder dit jaar ontstond opschudding over de sterfte onder de dieren, die gemiddeld ruim 20 procent bedroeg, hoger dan andere jaren en een gevolg van een plotselinge, felle kou in maart. Minister Veerman (LNV) reageerde afhoudend op verzoeken van bezorgde Kamerleden om toch vooral te zorgen dat er geen dieren omkomen van de honger. Maar inmiddels ligt er een advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), waarvan voorzitter Wensing eerder in deze krant stelde dat de Oostvaardersplassen beschouwd kunnen worden als een ,,concentratiekamp voor dieren''. De Raad adviseert ,,geen nieuwe vergelijkbare dierexperimenten te starten'' en het aantal dieren te halveren.

De natuur in de Oostvaardersplassen is van een grote uitbundigheid. Buizerds vliegen bij voortduring op, zeldzame soorten als de zwarte ooievaar, zilverreiger en zeearend laten zich als vanzelfsprekend zien, na een tijdje lijkt het normaal dat een jonge havik een stukje opvliegt met de jeep, tussen het riet drie edelherten weghollen, de koppen bij het springen net boven de pluimen uitstekend, en je op een kruispunt van zandwegen om een luie stier heen moet rijden.

,,De dieren zijn in een puike conditie'', zegt Vera, turend door zijn verrekijker naar een groep edelherten. ,,Onze tegenstanders focussen voortdurend op de laatste fase van het leven van de dieren. Het is inderdaad niet prettig om dood te gaan door gebrek aan voedsel. Maar daar gaat wel een heel lang, vrij, ongestoord leven in het wild aan vooraf. Ze hebben een veel beter leven dan op de boerderij. Waar een kalf op de boerderij kort na de geboorte bij de moeder wordt weggehaald, leven hier enkele generaties bij elkaar. Ook blijven de stieren gewoon leven. Op de boerderij gaan die meteen weg voor de slacht.'' Vera wijst naar enkele opgevette edelherten, die binnenkort de bronst ingaan. ,,Kijk ze staan. Schuw zijn ze niet. Edelherten zijn alleen schuw op de Veluwe, waar jagers zijn. Die hebben daar afgelopen winter meer dan de helft doodgeschoten.''

Het klopt dat bijna zevenhonderd dieren de afgelopen winter niet hebben overleefd, stelt Vera. ,,Maar wat er nooit bij wordt gezegd is dat bijna 80 procent het wél heeft overleefd en nu in een goede conditie verkeert.'' Dus om nu te zeggen dat er in de winter nooit voldoende voedsel is voor de populatie edelherten, paarden en runderen, zoals bijvoorbeeld de jagers roepen, dat is ,,een pure leugen''. Vera vertelt dat, zoals overal in de natuur, vooral de oude en de heel jonge dieren het eerst sterven. ,,Maar de rest overleeft het. Er is dus geen sprake van een catastrofe, zoals jagers en boeren ons willen doen geloven.''

Het klopt ook, zegt Vera, dat er een hek om de Oostvaardersplassen heen staat en de dieren buiten dat hek niet naar eten kunnen zoeken. Maar door het weghalen van hekken wordt de sterfte niet ineens minder. ,,Als de hekken weg zijn, hebben ze meer te eten. Vervolgens zullen er meer jongen geboren worden en blijven er meer dieren in leven. Tot het moment dat ook in dat nieuwe gebied het eten op is. Dan zullen er weer meer sterven. Zo gaat het in de natuur.''

Vera zet de jeep stil om naar de zeearend te kijken. Ondertussen spuwt hij zijn gal over alle pogingen om de Oostvaardersplassen ,,terug in het hok van de jacht en de landbouw te duwen''. Het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden dat door enkele Kamerleden is omarmd, is daar een voorbeeld van. ,,De Raad en deze Kamerleden kijken niet verder dan het erf van de boerderij.'' Het advies komt er op neer dat van de Oostvaardersplassen ,,één grote boerderij'' of ,,een hertenkamp'' wordt gemaakt, waarin niet de natuur, maar de ideeën van jagers en boeren over de natuur de boventoon voeren.

Vera: ,,Ze roepen dat de dieren heel erg lijden. Dat is onzin. Het is natuurlijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn in de natuur. Dieren lijden ook in de natuur. We moeten de natuur niet tot in het absurde vermenselijken. We mogen toch ook wel eens laten zien hoe het in de echte natuur toegaat? Hoe dieren, zonder door vlees- of melkproductie of jacht te worden opgejaagd, vrij leven en uiteindelijk sterven? Het is absurd om te zeggen dat dieren in de natuur helemaal niet mogen lijden, net zomin als dat in de landbouw helemaal niet zou mogen. Als dat zou moeten, dan blijft er geen landbouw over in Nederland.''