Bennekom is boos

Parijs prijst, Bennekom is boos.

Vanuit Parijs prees de organisatie van grote industrielanden, de Oeso, deze week het Nederlandse arbeidsmarkt- en pensioenbeleid. Alle Oeso-lidstaten moeten eraan geloven. De Oeso wil alle leden confronteren met de beste oplossingen voor de vergrijzingskosten.

VVD-staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken nam de complimenten in ontvangst. Voor hem is het glas lekker vol. Maar voor de Oeso is het glas half leeg. Na de positieve woorden volgde een waslijst met aanbevelingen die het kabinet nog moet uitvoeren, inclusief een rustige verhoging van de AOW-leeftijd. De mantra van het kabinet is echter: geen eigen initiatieven op dit gebied in deze kabinetsperiode. Maar wat let de Tweede Kamer?

Waar de Oeso bij zijn oordeel over de pensioenregelingen ophoudt, begint Bert de Vries, CDA-lid te Bennekom. In zijn boek Overmoed en onbehagen krijgt de pensioenlobby van georganiseerde werkgevers en werknemers onderuit de zak. Evenals het kabinet, dat geen orde op zaken wil stellen in het bolwerk van pensioenfondsbestuurders.

De Vries (voorheen minister van Sociale Zaken, ex-voorzitter bestuur pensioengigant ABP) hekelt de onduidelijkheid die pensioenfondsen laten bestaan over de vraag of pensioenen nu worden aangepast aan inflatie of niet. Hij lanceert drie hervormingen. Eén: leg wettelijk vast dat het geld van het pensioenfonds van de (ex)werknemers is. Nu is wazig wie de eigenaar is van de 539 miljard euro (per eind 2004) pensioengeld.

Twee: bereid je voor op het ergste, en beslis nu over de verdeling van de pijn voordat de pijn geleden wordt. Dan weten jongeren waar ze aan toe zijn en moeten vakbonden en pensioenfondsen uitleggen waarom een collectieve regeling de meest goedkope is. Dat dat zo is, staat voor De Vries recht overeind.

Drie: alle werkgevers moeten uit de besturen van Nederlandse pensioenfondsen. Argument: in de jaren negentig profiteerden zij het meest van de superrendementen op de beurs. Maar nu de nood aan de man is willen zij geen superpremies betalen.

Maar ja, wie kan de pensioenwereld hiertoe dwingen? De wetgever heeft pensioenen uitbesteed aan de sociale partners die de pensioenwereld besturen.

Maar één suggestie kunnen zij zo invoeren: geef gepensioneerden de kans hun geld binnen het fonds met een lager risicoprofiel te beleggen. Geen of minder aandelen (nu is 45 procent aandelen de vuistregel), meer beleggingen met een vaste rente. Dan missen ouderen de gouden bergen van de volgende aandelenhausse, maar ook de diepe dalen van een nieuwe crisis. Ouderen hebben in vergelijking met jongeren geen tijd van leven en koersherstel. Gun hen dat Zwitserlevengevoel van zekerheid.