Arafats neef gedood in Gazastrook

De Volksverzetscomités, een militante splintergroep in de Gazastrook, heeft vandaag de moordaanslag opgeëist die vannacht in Gazastad op de gepensioneerde Palestijnse generaal Mousa Arafat werd gepleegd.

De 64-jarige neef van de overleden Palestijnse leider Yasser Arafat en medeoprichter van de guerrillaorganisatie Al-Fatah werd in de vroege ochtend bij zijn huis gedood. Zijn 29-jarige zoon Manhal, een officier in de Palestijnse veiligheidsdienst, werd ontvoerd en wordt nu gegijzeld.

Zwaarbewapend met automatische geweren en antitankraketten overvielen naar schatting tachtig gemaskerde militante Palestijnen vlak voor zonsopgang het zwaarbewaakte huis van generaal-majoor Mousa Arafat. De lijfwachten van de voormalige commandant van de militaire inlichtingendienst werden na een ruim half uur durend vuurgevecht uitgeschakeld. Mousa Arafat werd vervolgens uit zijn huis gesleept en op straat gedood. Volgens ooggetuigen kwamen Palestijnse politie- en veiligheidsdiensten niet tussenbeide, hoewel zij wel waren gealarmeerd.

Volgens een woordvoerder van de Volksverzetscomités, een vijf jaar oude, losse groep van diep ontevreden, werkloze voormalige Palestijnse legerofficieren en soldaten, is Arafat gestraft voor ,,zijn misdaden en zijn corruptie''.

Tijdens zijn lange loopbaan in Fatah en als hoofd van de militaire inlichtingendienst maakte Arafat volgens de Palestijnse media talrijke vijanden. Door de dood van zijn oom verloor hij zijn beschermheer en eerder dit jaar werd hij door president Mahmoud Abbas met vervroegd pensioen gestuurd. Dat gebeurde op aandrang van lokale leiders en van de Amerikaanse regering.

Mousa Arafat, geboren in 1941 in het nu Israëlische Jaffa en net als zijn oom Yasser opgeleid in Egypte, werd beschouwd als een van de meest corrupte leiders in de Gazastrook. Mousa volgde zijn oom van Jordanië naar Libanon en Tunesië en vestigde zich in 1994 in de Gazastrook, waar hij tot begin dit jaar hoge militaire functies bekleedde. Hij overleefde tot vandaag verscheidene aanslagen op zijn leven.

De Palestijnse minister Sufian Abu Zaïda zei in Jeruzalem tegen de Israëlische legerradio ,,dat niemand echt verbaasd is over deze gebeurtenis, hooguit over het tijdstip, omdat hij het symbool van corruptie was, maar geen rol meer speelde''.

President Abbas zei na een bijeenkomst met ministers dat de Palestijnse politiediensten ,,alles zullen doen om recht en orde in de Gazastrook te handhaven en de daders op te sporen''. Abbas zei ook dat hij opdracht heeft gegeven de zoon van Mousa Arafat uit handen van zijn ontvoerders te bevrijden.

Maar de aanslag op de gepensioneerde generaal wordt juist ook beschouwd als het zoveelste bewijs dat de verschillende politie- en veiligheidsdiensten in de Gazastrook niet zijn opgewassen tegen de militanten. Palestijnse media beschouwen de aanslag niet alleen als een uiting van diepgewortelde onvrede over corrupte Fatahleiders, maar ook als onderdeel van een machtstrijd tussen de verschillende militante organisaties