`Zege voor vrijhandel tussen EU en China'

China vindt dat het met de ondertekening van het textielakkoord zijn goede wil toont. ,,Wij nemen de belangen van onze vrienden in overweging.''

Het akkoord dat EU-handelscommissaris Peter Mandelson en de Chinese minister van Handel Bo Xilai gisteren in Peking met het heffen van de champagneglazen bezegelden, is een overwinning van de progressieve voorstanders van vrijhandel in zowel de Europese Unie als China op de conservatieve voorstanders van protectionisme. Dat stelde Bo Xilai bij de ondertekening van het akkoord.

,,De EU en China stonden in dit conflict niet tegenover elkaar, maar de Chinese producenten en exporteurs stonden juist samen met de importeurs en consumenten uit de EU aan dezelfde kant'', aldus minister Bo Xilai, die consumenten en importeurs in de EU expliciet bedankte voor hun steun aan China.

Dat China bereid is gebleken om een compromis te sluiten met de EU over de goederen die nu in de Europese havens liggen opgeslagen, is vanuit China's kortetermijnbelang eigenlijk niet te verklaren. De goederen waren goeddeels al betaald, en toelating tot de EU was daarmee eerder een probleem van de EU dan van China geworden.

Bo verklaarde dat China het volste recht heeft om de vruchten te plukken van de integratie van de internationale textielmarkt, dat China bovendien niets onwettigs had gedaan door de bestelde goederen te leveren en dat de EU de Chinese goederen gewoon nodig bleek te hebben. Dat hij toch een compromis sloot, noemde hij een teken van China's begrip voor de moeilijke positie van textielproducenten in de EU.

,,We nemen de belangen van onze vrienden in overweging'', aldus Bo, die China's houding presenteerde als het zoveelste bewijs van China's wil om de eigen economische groei vooral op vreedzame en verantwoordelijke wijze te realiseren. De wereld hoeft niet bang te zijn voor de opkomst van China, is de politieke boodschap, want China is een redelijk en vreedzaam land dat de belangen van anderen niet wil schaden.

Toch zijn met het nieuwe akkoord ook Chinese economische belangen gediend. Niet alleen weten Chinese producenten nu beter waar ze de komende jaren aan toe zijn, ook gaat het een overproductie en een dodelijke concurrentie aan de onderkant van de markt tegen. De administratie die met de beperkende maatregelen gepaard gaat, drukt relatief zwaar op eenvoudige textielproducten met een kleine winstmarge aan de onderkant van de markt. Dat is precies het deel van de textielsector dat de Chinese overheid liever ziet slinken dan groeien: Peking wil dat China zich steeds meer richt op het hogere segment van de markt, en daar kan dit nieuwe akkoord toe bijdragen.

Op Bo's presentatie van China als grote voorvechter van de vrije markt valt wel het nodige af te dingen. China heeft nog steeds geen vrij converteerbare munt, en daarmee blijft het moeilijk vast te stellen of China's textiel tegen een reële prijs op de markt wordt gebracht. Ook zijn de arbeidskosten niet alleen laag door het spel van vraag en aanbod. Vrije vakbonden zijn verboden, en daardoor is het voor individuele arbeiders moeilijk om hun arbeid voor een behoorlijke prijs te verkopen. Verder worden de milieukosten van sterk verontreinigende industrieën als textielververijen nog nauwelijks op de bedrijven verhaald, en staatsbedrijven zijn nog steeds een belangrijke werkgever in de textielsector.

Ook is China net als de Verenigde Staten en de Europese Unie niet te beroerd om zich vooral een groot voorvechter van de vrijhandel te betonen op het moment dat daar de eigen, nationale belangen mee gediend zijn. Toch is de trend in China ongetwijfeld richting vrijhandel. Dat is voor China voordelig, omdat het land op steeds meer terreinen, en zeker op dat van de textiel, een steeds sterkere internationale concurrentiepositie bekleedt.

Verder neemt de staatsinvloed op de economie af. ,,Sinds China's lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie WTO zijn steeds meer Chinese bedrijven zelfstandig gaan zwemmen'', zei Bo, daarmee refererend aan de Chinese uitdrukking voor mensen of bedrijven die zich losmaken van de staat om in de privé-sector actief te worden. ,,Het lukt ze inmiddels steeds beter om boven water te blijven, maar ik zie dat de meer ervaren zwemmers in andere landen zich nu soms terugtrekken uit de stroom van vrijhandel en langs de kant gaan zitten. Dat is gevaarlijk, want voordat je het weet, heb je kou gevat'', zo waarschuwde Bo.