Sociale mobiliteit

De sociale mobiliteit is de afgelopen jaren in de VS afgenomen. Sociologen meten maatschappelijke kansen af aan die sociale mobiliteit.

Onderzoek van de Universiteit van Michigan wijst uit dat mensen die worden geboren in het armste (zwarte) deel van de Amerikaanse maatschappij, een kans van één op zes hebben om tijdens hun leven ooit een modaal inkomen te bereiken.

Twee factoren vergroten de uitzichtloosheid aan de onderkant van de maatschappij. Het bedrijfsleven rekruteert talent voor toekomstige topbanen tegenwoordig bijna alleen op particuliere universiteiten, die niet te betalen zijn voor mensen aan de onderkant. Zeer getalenteerden zonder geld hebben het daardoor moeilijk de top van de ladder te bereiken. Zo is er een wal om de welgestelden in de Verenigde Staten komen liggen, die voor mensen daarbuiten erg moeilijk te doorbreken is.

Door de verlaagde sociale mobiliteit, zei onderzoeker Isabel Sawhill onlangs in The Economist, gaan mensen met hoge opleidingen en inkomens alleen nog maar om met mensen in gelijke sociale omstandigheden. Dat gebeurt in een maatschappij waar de inkomensverschillen sinds de jaren tachtig sterk zijn toegenomen. De rijkste Amerikanen die 0,1 procent van de bevolking uitmaken, verdienden in 1980 2 procent van het totale inkomen in de VS, eind jaren negentig was dat ruim 6 procent.