OZB-verlaging moet van tafel

In het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II (16 mei 2003) stond het al: ,,Het bewonersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen wordt afgeschaft. Via het Gemeentefonds worden gemeenten daarvoor gecompenseerd. De stijging van de OZB op bedrijfspanden en van het eigenaarsdeel van de OZB op woningen wordt na overleg met de gemeenten gemaximeerd.''

De regeling die het kabinet nu aankondigt, impliceert dat het gebruikersdeel van de OZB per 1 januari 2006 wordt afgeschaft en dat het volgende kabinet mag bedenken hoe de compensatie eruit ziet.

Het motto van het kabinet is kennelijk: laat het zoet zien, en verzwijg het zuur. Dat ziet er electoraal aantrekkelijk uit en dat is vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen mooi meegenomen. Van deze maatregelen profiteren de hogere inkomensgroepen verreweg het meest: voor dit kabinet een herkenbaar patroon.

Wat betekent deze aangekondigde maatregel nu?

Allereerst is de OZB een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. Binnen de Europese Unie scoort Nederland nagenoeg het laagst als het om de omvang van het eigen belastinggebied van gemeenten gaat. Als de OZB gedeeltelijk wordt afgeschaft en overigens gelimiteerd, wordt de beleidsruimte van gemeenten aanzienlijk ingekrompen. De vitaliteit van de lokale democratie wordt sterk aangetast.

Ten tweede is de OZB na een wat moeizame aanloop met kinderziektes (veel bezwaren van bewoners en eigenaren tegen de taxaties) uitgegroeid tot een robuust, goed functionerend instrument. Dat wij nu van de hele woningvoorraad de geschatte waarde kennen, is voor tal van beleidsterreinen belangrijke informatie. Als straks een instrument wordt ontwikkeld om de gemeente te compenseren, dreigen al gauw nieuwe kinderziekten en nieuwe uitvoeringsproblemen. Ook in het openbaar bestuur is een verstandige stelregel om geen oude schoenen weg te gooien, voordat men nieuwe heeft.

Ten derde zal bij de huidige woningmarktverhoudingen de belastingverlaging tot een nagenoeg evenredige verhoging van de vastgoedprijs leiden. Fijn voor bouwers, ontwikkelaars, vastgoedeigenaren en makelaars, maar spijtig voor de bewoner-eigenaren, die van de regen in de drup terechtkomen.

Ten vierde pakt de aangekondigde maatregel uit als een subtiele vorm van kiezersbedrog. Vóór de gemeenteraadsverkiezingen wordt het zoet van de belastingmeevaller getoond. Het volgende kabinet (vermoedelijk niet Balkenende III) mag het impopulaire werk doen: een goed functionerend compensatiemiddel invoeren waarvoor – linksom of rechtsom – de burger toch weer opdraait.

Zelfs Bush durfde niet aan de property tax in de Verenigde Staten te komen, wetend dat dit de kurk is waarop de lokale financiën en de lokale politieke democratie drijven. Die lokale democratie beschouwt het kabinet-Balkenende II kennelijk als sluitpost. Bijzonder kortzichtig en bijzonder ontwrichtend.

Is er een alternatief? Mij dunkt van wel. Als we het vastgoed in Nederland minder willen belasten, zou de overdrachtsbelasting kunnen worden afgeschaft, ineens of in fasen. Daarmee ontdoen we ons van een rem op mobiliteit.

Zo'n maatregel zou direct kunnen bijdragen aan het herstel van de dynamiek op de woningmarkt en de arbeidsmarkt. De Tweede Kamer zou het land een dienst bewijzen als zij de OZB-verlaging zou afwijzen en het mes zou zetten in de overdrachtsbelasting.

Hugo Priemus is hoogleraar Techniek, Bestuur en Management aan de Technische Universiteit Delft en onderzoekscoördinator van het Habiforumprogramma Vernieuwend Ruimtegebruik.

    • Hugo Priemus