Geringe sterfte door Tsjernobyl

De ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl in april 1986 maakt veel minder slachtoffers dan altijd is aangenomen. Dit is de voornaamste conclusie van een nieuwe Tsjernobyl-studie die de VN gisteren uitbracht.

Volgens de laatste berekeningen zullen in de komende decennia maar ongeveer 4.000 mensen sterven aan een kanker die aan reactorstraling is toe te schrijven. Op de vele miljoenen die werden blootgesteld is dat zo weinig dat de extra sterfte in statistieken niet zichtbaar zal zijn.

Het rapport is opgesteld door honderd deskundigen uit een reeks VN-organisaties, waaronder het internationale atoomenergie-agentschap IAEA en de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Vandaag en morgen worden de bevindingen besproken op een conferentie in Wenen. Het rapport is te lezen op www.iaea.org.

Kort na de ramp suggereerden milieugroepen dat er tienduizenden of zelfs honderdduizenden slachtoffers zouden vallen. Maar tot dusver heeft het ongeluk aan ongeveer 50 reddingswerkers en 9 kinderen het leven gekost. Veel reddingswerkers die betrokken waren bij het blussen en afsluiten van de reactor liepen zoveel gammastraling op dat zij acute stralingsziekte (ARS) kregen. Al in 1986 bezweken daaraan 28 personen. Kinderen uit de omgeving van Tsjernobyl dronken melk met een hoge concentratie radioactief jodium (jodium-131) dat door koeien van het gras was opgenomen. Het jodium hoopte zich makkelijk op in de schildklier, want slechts sporadisch zijn beschermende jodiumpillen uitgereikt. Dit heeft geleid tot zo'n 4.000 gevallen van schildklierkanker, maar de overlevingskansen van een schildklier-operatie zijn zeer goed.

Opvallend is dat nog steeds niet abnormaal veel leukemie (`bloedkanker') is gevonden. Inmiddels wordt aangenomen dat dit ook niet meer zal gebeuren, hoogstens onder reddingswerkers. Er worden in Wit-Rusland rond Tsjernobyl meer misvormde kinderen geboren dan vroeger, maar die stijging trad ook op in districten die niet radioactief werden besmet.

De gunstige afloop van `Tjernobyl' is te danken aan de snelle evacuatie van het getroffen gebied en de korte halfwaardetijd van veel radioactieve stoffen: zij zijn inmiddels `uitgewerkt'. Toch is de gezondheidstoestand van de getroffen bevolking sterk achteruitgegaan. De eerste twee jaar bleef men verstoken van behoorlijke informatie, waardoor de wildste geruchten bleven circuleren. Men voelde zich slachtoffer, ging aan ingebeelde ziekten lijden en kreeg uiteindelijk ook objectieve gezondheidsproblemen.