Epo-test sporters is ondeugdelijk

De Belgische wetenschapper Bart Landuyt heeft aangetoond dat de test waarmee bij topsporters nu het eiwithormoon erytropoëtine (epo) wordt opgespoord, ondeugdelijk is. Hij heeft ontdekt dat met de huidige methode natuurlijke eiwitten als lichaamsvreemde eiwitten recombinant erytropoëtine aangemerkt kunnen worden.

Het wereldantidopingbureau WADA heeft officieel laten weten vooralsnog aan de bestaande test vast te houden, maar door te gaan met onderzoeken naar verbetering van de methode.

Landuyt, bio-ingenieur in de cel- en gentechnologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, onderzocht de urinetest die wereldwijd in opdracht van WADA wordt toegepast, nadat de Belgische triatleet Rutger Beke een jaar geleden op epo werd betrapt, maar bleef volhouden onschuldig te zijn. Op grond van Landuyts bevinding werd Beke een maand geleden vrijgesproken door de disciplinaire raad van de Vlaamse gemeenschap. Afgelopen jaren werden diverse wielrenners en atleten wegens epo-gebruik geschorst.

Landuyt heeft vastgesteld dat de epo-test onbetrouwbaar is als er na zware inspanningen een abnormaal grote hoeveelheid eiwitten in de urine voorkomt, een verschijnsel dat proteïnurie heet. Weliswaar onderscheidt de test van WADA recombinant epo van de menselijke vorm. Maar daarnaast reageren de antistoffen waarvan de test gebruikmaakt abusievelijk op diverse lichaamseigen eiwitten. Een sporter die geen epo gebruikt, kan zo toch positief bevonden worden.

Tijdens het onderzoek in Leuven werden zeven eiwitrijke urinestalen van Beke getest. Daarvan bleken er twee positief, terwijl Landuyt met aanvullende tests kon aantonen dat de Belgische triatleet niets illegaals had geslikt.

EPO-TEST pagina 8