Epo-test blijkt ondeugdelijk

De epo-test deugt niet, ontdekte de Belgische wetenschapper Bart Landuyt (29). Een zuivere sporter kan positief bevonden worden, omdat antistoffen verkeerde eiwitten detecteren.

Eindelijk heeft de Belgische triatleet Rutger Beke zijn rentree gemaakt, afgelopen weekend in Monaco. Een jaar stond hij buitenspel omdat hij van epo-gebruik werd verdacht. Maar Beke werd vier weken geleden door de disciplinaire raad van de Vlaamse gemeenschap vrijgepleit. De uitspraak was het resultaat van wetenschappelijk onderzoek van de Belgische wetenschapper Bart Landuyt: hij toonde aan dat de test waarmee het eiwithormoon erytropoëtine (epo) wordt opgespoord ondeugdelijk is.

Erytropoëtine is een gewilde vorm van doping voor vooral duursporters, omdat het de aanmaak van rode bloedcellen bevordert. Het komt van nature in het lichaam voor, maar sinds de jaren tachtig wordt het hormoon ook als medicijn geproduceerd in gekweekte hamstercellen waarin een menselijk erytropoëtine-gen is ingebracht. Het resultaat heet recombinant erytropoëtine, dat subtiel van natuurlijk erytropoëtine verschilt. Een dopingtest die in 1998 werd ingevoerd, zou de recombinante, voor atleten verboden vorm feilloos moeten herkennen.

Maar in de praktijk werkt de test niet, zo stelt Bart Landuyt. Hij is bio-ingenieur in de cel- en gentechnologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Weliswaar onderscheidt de urinetest van het wereldantidopingbureau WADA recombinant epo van de menselijke vorm. Maar daarnaast reageren de antistoffen van de test abusievelijk op diverse lichaamseigen eiwitten. Een sporter die geen epo gebruikt, kan daardoor toch positief bevonden worden.

Dat triatleet Rutger Beke zo vasthoudend was over zijn onschuld, wekte dit voorjaar Landuyts interesse. Landuyt: ,,Ik doe onderzoek naar de interactie tussen eiwitten en antistoffen en weet dat niet elke antistof betrouwbaar is bij de detectie van een specifiek eiwit. Ik had zo mijn twijfels over de epo-test en heb me daarom zelf gemeld bij Beke. Ik vind het onverantwoord als je beseft hulp te kunnen bieden, maar dat achterwege laat.''

Op het moment dat Landuyt in beeld kwam, had hoogleraar Delanghe, hoofd van het klinisch chemisch laboratorium van de Universiteit Gent, Beke al getest en geconstateerd dat bij de triatleet, na een zware inspanning, sprake is van proteïnurie, ofwel de aanwezigheid van een abnormaal grote hoeveelheid eiwitten in de urine. ,,Op die hypothese heb ik voortgeborduurd'', vertelt Landuyt. ,,De antistof die wordt gebruikt in de epo-test heb ik blootgesteld aan eiwitrijke urine van Beke. En ik ontdekte dat niet alleen het epo-eiwit leidde tot een positieve uitslag, maar ook andere eiwitten.''

In de standaard epo-test worden lichaamseigen en recombinante erytropoëtine gescheiden op basis van subtiele verschillen in de elektrische eigenschappen van beide versies. Hierdoor vormen de twee vormen aparte `bandjes' op een film. Een antilichaam – dat specifiek voor epo zou zijn – maakt die bandjes vervolgens zichtbaar. Maar, zo bleek uit Landuyts onderzoek: Bekes urine bevat eiwitten die vergelijkbare elektrische eigenschappen hebben als epo én reageren op het epo-antilichaam. Die geven dus een `look-alike' recombinant-epo-bandje. Twee van de zeven eiwitrijke urinestalen van Beke waren daarom positief, terwijl biochemicus Landuyt met aanvullende tests kon aantonen dat de triatleet niks illegaals geslikt had.

Landuyt: ,,We hebben verschillende technieken gebruikt om zeker te weten dat er niet is gesjoemeld. Nu onderzoeken we nog welke van de lichaamseigen eiwitten de positieve uitslag veroorzaken. Er zijn drie kandidaten; misschien is er één de oorzaak van het falen van de test, misschien zelfs een combinatie van alledrie.'' Die eiwitten hebben overigens niets met de aanmaak van rode bloedcellen te maken.

De Leuvense wetenschapper heeft wel ideeën om tot een betrouwbare epo-test te komen. Landuyt: ,,In geval WADA aan de huidige test vasthoudt, moet beslist een andere antistof gebruikt worden. De huidige heeft niet de erkenning van de Food and Drug Administration, de Amerikaanse organisatie die wereldwijd als keurmerk wordt aangemerkt. Toen ik de antistof kocht die bij de epo-test wordt gebruikt, viel me op dat de bijsluiter vermeldde: `Not to be used for diagnostic reasons, for research only.' De antistof is enkel te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek.''

Hoewel het wereldantidopingbureau nog niet officieel naar buiten heeft gebracht dat aan een nieuwe test gewerkt wordt, denkt Landuyt dat zijn bevinding achter de schermen al wel degelijk effect heeft. Neem de kwestie-Armstrong, waarbij ineens jaren oude urinestalen werden onderzocht, met volgens geruchten een positief epo-resultaat. Maar die uitslag is abitrair, omdat van de bestaande test gebruikt is gemaakt. Landuyt: ,,Dat was natuurlijk een rechtstreeks gevolg van de zaak Beke. Het wereldantidopingbureau WADA weet dat er iets mankeert aan de epo-test en onderzoekt nu zoveel mogelijk monsters om tot betere inzichten en hopelijk nieuwe testen te komen.''