Binden

Het was gistermiddag onbarmhartig warm, ook in Almere, maar het leven ging gewoon door, vooral voor Rita Verdonk, minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Gekleed in een frambooskleurig pakje, waarvan het jasje aan de achterzijde nogal kreukte, bezocht zij een bijeenkomst in het stadhuis, dat op een straathoek achter een glazig rond geveltje een vergeefse poging doet het centrum van Almere enige allure te geven.

In de raadzaal moest de minister een groep allochtonen toespreken die de ambitie hebben aan het politieke leven van Nederland deel te nemen. Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) geeft in Almere, Amersfoort, Zaanstad en Zwolle cursussen voor deze mensen. De bedoeling is hen op te leiden voor deelname aan het lokale, politieke handwerk – tot aan de gemeenteraad toe. De cursussen maken deel uit van het mede door de overheid gefinancierde project `Vinden en Binden', wat hopelijk sadomasochistischer klinkt dan het bedoeld is.

Zo'n toespraak van de minister hangt aan elkaar van de clichés, moedeloos bijeengesprokkeld door een speechwriter die met alle nukken en grillen van de ministeriële adviseurs rekening moet houden. Veilige teksten die alleen opflakkeren als de minister bereid is ergens een persoonlijke toets aan te brengen. Dat wás de minister – al klonk die toets niet echt uitnodigend voor aspirant-politici.

,,Meedoen aan de politiek, daar moet je zin in hebben'', zei de minister, ,,want de politiek is hard. Ik kan het weten. Ook al voer je een beleid uit dat door een meerderheid in het parlement wordt gedragen, dan nóg krijg je veel kritiek en moet je een dikke huid hebben.''

Klonk hier enige verongelijktheid door? Zeker, maar dan toch met de heroïsche klemtonen van iemand die zich niet wil laten kisten.

Het optreden van de minister bleek bij nader inzien meer opmerkelijke facetten te hebben. Te midden van haar obligate aanbevelingen schemerde ook de nodige scepsis over het hele project door. ,,En dan subsidieer je zoiets vanuit de politiek, da's ook weer typisch Nederlands'', schamperde ze.

In een discussierondje met de zaal benadrukte de minister dat zij het van groot belang vond dat ook autochtonen aan het project zouden deelnemen. ,,Samen aan tafel, van elkaar genieten, elkaar respecteren. Ik ga er in ieder geval voor in de komende twee jaar van mijn politieke carrière.''

Maar Nel van Dijk, directeur van het IPP, zei onomwonden: ,,Autochtonen mogen ook naar deze cursus, maar hij is niet voor hen bedoeld.''

Zo rees steeds pregnanter de vraag hoe blij de minister nu eigenlijk met dit initiatief was. De organisatoren vertelden me naderhand dat haar ministerie de subsidiëring maandenlang had tegengehouden. Binnenlandse Zaken moest het maar betalen, vond men.

Als dat waar is, is de politiek een nog veel harder bedrijf dan de minister de politiek bewuste allochtonen schetste. Want dan zou je zelfs als minister soms tandenknarsend initiatieven moeten financieren waar je zelf allerlei bezwaren tegen hebt. `Binden en gebonden worden', heet dat.

    • Frits Abrahams