Verenigde Staten voelen zich schuldig

De evacuatie van de slachtoffers van orkaan Katrina in New Orleans is eindelijk goed op gang gekomen. Vertwijfeld vragen de Amerikanen zich af wat er is de eerste week is misgegaan.

Het weekeinde gaf ruimte voor reflectie. De evacuatie van New Orleans kwam eindelijk goed op gang, het herstelwerk aan de dijken had zichtbaar effect, lokale bestuurders en vrijwilligers klaagden niet langer over gebrek aan hulpmiddelen. Voorzichtig werden conclusies getrokken: wat zegt de bonte verzameling blunders en imperfecties, vorige week in de nasleep van Katrina, over het moderne Amerika?

Het geloof in de eigen voortreffelijkheid is niet langer vanzelfsprekend. Normaal zou het een lang weekeinde van uitstapjes zijn geweest – vandaag is het nationale feestdag, Labor Day. Maar vrijdagavond was al zichtbaar dat het land niet in de stemming is voor een partijtje. De vaste files naar plezieroorden bleven uit. De VS, zei een commentator, voelen zich schuldig.

In de blame game, zoals dat hier heet, krijgt de overheid naar Europese maatstaven weinig verwijten. De meeste slachtoffers richtten hun grieven vorige week niet op het bestuur. Veel daklozen noemden in de eerste plaats hun eigen fouten – ze hadden niet in de stad moeten blijven, ze hadden beter op moeten letten. Volgens peilingen vinden Amerikanen, als zij de overheid verwijten maken, lagere overheden even schuldig als de federale regering.

Christelijke organisaties, wier politieke invloed onder de regering-Bush sterk toenam, zien in de orkaan een bericht van God. Een anti-abortusactivist uit South-Carolina noemde de ramp een reactie op ,,het vergieten van onschuldig bloed'' in abortusklinieken van Louisiana. Bekendere organisaties wilden dit niet herhalen maar kranten signaleerden dat zij de media andere deskundigen aanraadden die deze opvatting ook verkondigen.

In deze kringen werd het feit dat de hulp eind vorige week eindelijk op gang kwam, toegeschreven aan een coalitie van het opperwezen en de president. `Thank you, Jesus', luidde zaterdag de opening van The Commercial Appeal in Memphis. Het artikel beschreef het bezoek van Bush aan het rampgebied, vrijdag, toen de president extra hulp in het vooruitzicht stelde.

In Memphis zelf roemden vluchtelingen het optreden van Bush. ,,Zonder de president waren we nu nog niet geholpen'', zei Barry Walters, 43, de scheuren nog in zijn broek. Beelden van Bush die aan de kust van Mississippi een slachtoffer omarmde en amicaal moed insprak, werden in het met vluchtelingen volgepropte Mariott van Memphis veelvuldig herhaald en met instemming bekeken.

Dat de president niettemin verantwoordelijk wordt gehouden voor de haperende hulp is volgens conservatieve commentatoren een absurditeit. Zij zien in het falen van het federale bureau voor rampenbestrijding FEMA het bewijs dat overheidsinstellingen geen slagkracht hebben om accuraat te reageren. Een analyse die past in Bush' conservatieve agenda.

De opiniepagina van de Wall Street Journal, uithangbord van conservatief Amerika, legde de parallel met 11 september – volgens hem is er geen principieel verschil tussen de FBI of de CIA en FEMA: het zijn logge bureaucratieën waarin lethargie gedijt zodat de VS bij moderne rampen een Derde Wereldland lijkt. FEMA zou beter geprivatiseerd kunnen worden; een General Motors of Bechtel weet beter raad met zo'n ramp, aldus het stuk.

Een studie van de universiteit van Colorado wees er enkele jaren terug op dat het Amerikaanse politieke stelsel de kans op slecht optreden bij rampen vergroot. Omdat Amerikanen tuk zijn op helden die bij een crisis de handen uit de mouwen steken, stellen politici na een ramp bijna stelselmatig groot geld ter beschikking. Maar dit geld gaat zelden naar structurele investeringen, naar dijken bij voorbeeld. Zo houdt het Amerikaanse bestuur zijn kwetsbaarheid voor natuurrampen in stand, aldus de studie.

Zoals `11 september' gunstig uitpakte voor Republikeinen omdat Amerikanen hun de aanpak van het terrorisme meer toevertrouwen dan Democraten, zo bevat Katrina goed onderliggend nieuws voor Democraten. Amerikanen hebben traditioneel een bijna onbeperkt geloof in moderne techniek, aldus docent wetenschapsjournalistiek Ellen Rupert Shell gisteren in de Washington Post. Ze denken dat elke gril van de natuur door techniek kan worden afgewend. Daarom zijn in New Orleans de laatste jaren hele buurten gebouwd op moerasgrond. De notie dat dit optimisme zijn grens heeft bereikt kan gevolgen hebben voor de ziel van de natie, aldus Rupert Shell. Zij stelde de Nederlandse aanpak van `ruimte maken voor water', ontstaan na de bijna-ramp in 1995, aan de Amerikanen ten voorbeeld.

Opiniepeilingen tonen dat Amerikanen, terecht of niet, een relatie zien tussen recente orkanen en het broeikaseffect. Mede op verzoek van de oliemaatschappijen heeft Bush zijn beleid tegen het broeikaseffect afgezwakt. Juist de oliemaatschappijen zijn erg impopulair. De al hoge benzineprijzen stegen na Katrina verder. Dezelfde peilingen wijzen uit dat Amerikanen oliemaatschappijen daarvoor verantwoordelijk houden, en die bedrijven identificeren ze sterk met de regering-Bush.

Ook het al jaren vergeefse verzet van de Democraten tegen belastingverlagingen wint ineens aan kracht. Republikeinse politici zeiden dit weekeinde dat hulp aan rampslachtoffers, veelal mensen met een smalle beurs, voorrang moeten krijgen op lagere belasting voor de beter bedeelden. De president begrijpt inmiddels dat hij betrokkenheid moet tonen: hij heeft grote delen van zijn agenda leeg laten maken om zich geheel aan de orkaan te wijden.