Riccardo Chailly regeert in Leipzig over alle muziek

In juni vorig jaar vertrok Riccardo Chailly `in triomf' bij het Concertgebouworkest. Nu kreeg hij in Leipzig een triomfantelijke entree als de nieuwe superchef.

Riccardo Chailly is dit weekeinde tijdens een driedaags muziekfeest op grootse wijze door Leipzig ingehaald als de nieuwe super-chef-dirigent. ,,Wij kunnen we ons geen betere dirigent in Leipzig voorstellen dan Riccardo Chailly'', zei Oberbürgermeister Wolfgang Tiefensee vrijdag tijdens een langdurige Festakt in de statige Festsaal van het oude stadhuis van Leipzig, omlijst door veel muziek.

,,Leipzig als muziekstad krijgt een nieuwe betekenis'', zei de burgemeester, die zijn stad aanprees als een Europese cultuurmetropool, waaraan Chailly nóg meer glans zou verlenen. De Saksische cultuurminister Barbara Ludwig zag Chailly als de dirigent die traditie en vernieuwing met elkaar verenigt. Ook de Duitse componist Wolfgang Rihm, van wie Chailly die avond een wereldpremière zou dirigeren, karakteriseerde hem in zijn laudatio als een musicus die het nieuwe even serieus neemt als het klassieke.

Chailly was vanaf 1988 zestien jaar de chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest waar hij ook functioneerde als een `eigentijdse traditionalist' en veel van de Mengelberg-traditie wilde terugbrengen. Hij zei nu bij zijn entree in Leipzig trots in dienst van de stad te zijn als de negentiende Gewandhauskapellmeister en tevens Generalmusikdirektor.

In zijn dubbelfunctie regeert Chailly als een muziekkeizer over de ruime Augustusplatz aan de rand van de historische binnenstad. Hij dirigeert concerten in het Gewandhaus en operavoorstellingen in de Opera, daar recht tegenover. In november leidt hij Verdi's Un ballo in maschera, meer dan dertig jaar niet in Leipzig gegaan. Chailly: ,,Ik doe zo'n vijfentwintig concerten en één opera per seizoen. Ik moet de stad niet opblazen met mijn aanwezigheid.''

Leipzig, een wat armlastige stad in de voormalige DDR, vierde de Amtseinführung van Chailly drie dagen op democratische wijze. De twee eerste concerten van Chailly in het Gewandhaus waren op de Augustusplatz te zien op een groot videoscherm en kregen veel publieke bijval. Aan het slot van zijn eerste concert stond Chailly in triomf hand in hand met burgemeester Tiefensee, orkestdirecteur Schultz en opera-intendant Maier. Decca legde het concert vast op cd en dvd. Zondag gaven musici uit het Gewandhausorkest in de binnenstad gratis concerten. En zondagavond was er voor de Opera een Italiaans-Duits openlucht-operaconcert met de Duitse mezzosopraan Waltraud Meier en de Maltezer tenor Joseph Calleja in muziek van Verdi en Wagner.

Leipzig was boordevol vervuld van Chailly. In het centrum hingen tientallen grote posters met zijn foto. En op het vliegveld waren ze geplakt op de deuren naar de aankomsthal. Leipzig is de Chailly-stad. En in de boutique van het wereldberoemde Saksische Meissen-porselein onder het Alte Rathaus zijn voor €12,50 medaillons te koop met het profiel van de Italiaanse maestro.

Leipzig heeft een rijk muzikaal verleden dat appelleert aan de traditionalist in Chailly. De voorgangers van het Gewandhausorkest, dat in 1781 ontstond, werden al geleid door Telemann en Bach. De componist Mendelssohn bracht het orkest internationale roem, hij stichtte het befaamde Conservatorium van Leipzig. Het Gewandhausorkest werd geleid door legendarische dirigenten als Nikisch, Furtwängler, Mahler en Walter. En door Kurt Masur, die in 1989 in Leipzig een beslissende rol speelde in de Wende.

Maar Leipzig, ook de geboortestad van Richard Wagner, is vooral de stad van Bach, die er van 1723 tot zijn dood in 1750 werkte als Kantor in de Thomaskirche, waar zijn cantates en Passionen klonken tijdens de erediensten. Als Gewandhauskapellmeister presideert Chailly nu over de muziek in de Thomaskirche, die wordt gespeeld door leden van zijn Gewandhausorkest, onder leiding van de huidige Thomaskantor Georg Biller.

Chailly is gefascineerd door Bach. In Amsterdam dirigeerde hij één keer de Matthäus Passion, in 1999 bij het honderdjarig bestaan van de Amsterdamse Matthäus-traditie. Tijdens een diner in Auerbachs Keller – Faust kwam er al in de vroege zestiende eeuw en Goethe situeerde daar dan ook een befaamde scène in zijn Faust – zegt Chailly de Passionen van Bach in het Gewandhaus te gaan dirigeren. ,,Ik doe volgend jaar de Johannes Passion, het jaar daarop de Matthäus Passion en zo om en om, terwijl Biller ze twee weken later alternerend in de Thomaskirche dirigeert. We hebben verschillende stijlen en het orkest wil die flexibiliteit ook. Ik dirigeer niet niet in Thomaskirche, we hebben een Thomaskantor. Ik ben Gewandhauskapellmeister, het Gewandhaus is mijn plaats.''

Zijn eerste officiële concert daar was typerend voor Chailly en typerend voor Leipzig, Het was een eerbetoon aan de muziekhistorie van Leipzig. Er klonk veel muziek van Mendelssohn – Psalm 114 en de eerste versies van de ouverture bij Shakespeares Ein Sommernachtstraum en van de Tweede symfonie `Lobgesang', een mix tussen symfonie en oratorium die in 1840 klonk in de Thomaskirche.

Daartussendoor dirigeerde Chailly de wereldpremière van Wolfgang Rihms Verwandlung 2. Het is een virtuoos orkeststuk dat Rihm speciaal voor deze gelegenheid schreef en waarin hij een kwartier lang in een `endlose' zich veranderende melodie zeer dienstbaar aan de Leipziger muziekhistorie zonder citaten speelt met het idioom van Mendelssohn.

In Amsterdam is Chailly benoemd tot `conductor emeritus' en verwacht het Concertgebouworkest hem terug als gastdirigent. Maar dat kan nog wel even duren. ,,Ik heb meteen gezegd: ik wil me eerst hier een paar jaren concentreren op mijn werk. De nieuwe chef moet ook ruimte krijgen, maar ooit komt er een dag. Ik wil niet terugkijken, we gaan voort en kijken vooruit.''

En Chailly kijkt ver vooruit. Hoewel hij nu een contract voor vijf jaar heeft, kondigde hij in het Alte Rathaus al het jaar 2013 aan: het jaar waarin Verdi en Wagner werden geboren, een ideaal jaar voor een Italiaan in Leipzig.