President Italiaanse bank wil niet gaan

De druk op de president van de Italiaanse centrale bank Antonio Fazio om af te treden is het afgelopen weekeinde opnieuw toegenomen. Gisteren voegde ook minister van Financiën Domenico Siniscalco zich bij het kamp dat van Fazio af wil. Behalve Siniscalco eisen werkgevers, vice-premier Giulio Tremonti, een drietal andere ministers en de oppositie dat de bankpresident de eer aan zichzelf houdt.

Vrijdag nog presenteerde premier Silvio Berlusconi een hervormingsplan voor de centrale bank in de hoop daarmee de geloofwaardigheid van de Italiaanse financiële wereld te herstellen. Het plan, zo werd gezegd, was unaniem aangenomen door de ministerraad.

Over Fazio's positie zei Berlusconi dat hij het aan het geweten van de bankpresident over wil laten of deze zal terugtreden. Minister van Financiën Siniscalco zei hieraan refererend zondag: ,,Als ik Fazio was geweest, zou ik al lang zijn opgestapt.''

Volgens critici gaat de hervorming van de centrale bank niet ver genoeg en dient Fazio terug te treden om de geloofwaardigheid van het financieel systeem te herstellen. Zij vinden dat Fazio zich schuldig heeft gemaakt aan vriendjespolitiek en buitenlandse banken heeft benadeeld die Italiaanse banken wilden overnemen.

Fazio's zittingstermijn is zonder limiet. De nieuwe voorstellen voorzien in een maximale termijn van zeven jaar voor de president van de Banca d'Italia. Als het Italiaanse parlement het plan goedkeurt, zal het van kracht worden bij het aantreden van de volgende bankpresident. Het probleem is echter dat Fazio zijn positie niet wil prijsgeven. Ook niet nadat de regering hem dit weekend eigenlijk de kans heeft geboden om de eer aan zichzelf te houden.

Dat de bewijzen tegen hem zich intussen opstapelen, lijkt Fazio koud te laten. Uit een justitieel vooronderzoek van het openbaar ministerie in Rome blijkt volgens de Italiaanse media dat de bankpresident tegen de zin van alle directeuren van de centrale bank toch zijn handtekening zou hebben gezet onder de goedkeuring van het bod van de Banca Popolare Italiana op rivaal Antonveneta. ABN Amro, de andere partij die geïnteresseerd is in Antonveneta, zou hierdoor zijn benadeeld.