Poetin stuurt marinechef weg

De Russische president Vladimir Poetin heeft gisteren admiraal Vladimir Koerojedov van zijn taak als bevelhebber van de Russische marine ontheven. Het prestige van de marine leed onder zijn leiding ernstige schade door een serie klungelige ongelukken.

De officiële reden van het ontslag is zijn leeftijd, maar president Poetin gaf een indicatie van de echte reden door tegelijkertijd het ontslag van Aleksandr Kaitsa aan te kondigen. Deze Kaitsa was belast met de redding van mini-onderzeeër Priz bij Kamtsjatka, eind augustus. Er moest een Britse Scorpio-robotonderzeeër aan te pas komen om de Priz, die op de zeebodem was vastgeraakt in kabels, los te kappen en de zevenkoppige bemanning te redden. Achteraf stelde de Russische minister van Defensie Ivanov dat Rusland wel apparatuur had voor een redding, maar die niet tijdig ter plekke kon krijgen. Toch adviseerde naar verluidt de door geheimhouding geobsedeerde marine Poetin tegen het inroepen van buitenlandse hulp.

Diezelfde houding bracht Poetin in verlegenheid bij de ondergang van de kernonderzeeër Koersk in 2000. Alle 118 bemanningsleden kwamen bij die ramp om het leven, deels omdat de marinetop lang buitenlandse hulp bleef afwijzen en loog dat een NAVO-onderzeeër de oorzaak van de ramp was.

In augustus 2003 zonk een oude K-159 onderzeeër die op onregelementaire wijze naar zijn kerkhof werd gesleept; acht zeelieden kwamen om. Vorig jaar mislukte een proeflancering van twee intercontinentale raketten onder toeziend oog van Poetin en televisiecamera's. Even eerder verbaasde admiraal Koerojedov de wereld met de mededeling dat de kernaandrijving van slagschip Peter de Grote in zo'n slechte staat verkeerde dat het schip elk moment kon ontploffen.

Volgens de krant Kommersant was de druppel die de emmer deed overlopen een bijna-ramp bij de repetitie van vlootdag in St. Petersburg, eind juli. Bedoeling was een drijfmijn op 60 meter afstand tot ontploffing te brengen en de vloot zo onder een gordijn van water te leggen. Maar de mijn ontplofte op drie meter van het schip Neoekratimi (Ontembaar), dat naar het dok moest worden gesleept.

Bij al deze rampen ontsloeg Poetin steeds lagere officieren van de marine: Koerojedov, in 1997 benoemd, zou onvervangbaar zijn. Nu maakt hij plaats voor admiraal Vladimir Masorin (58), die eerder dit jaar is benoemd tot chefstaf van de marine. Hij leidde vanaf 1996 het flottiel in de olierijke Kaspische Zee, waar het meeste moderne materieel tegenwoordig heen gaat. In 2002 werd Masorin commandant van de Zwarte Zeevloot, die onder zijn leiding van rampen verschoond bleef.

Bovendien maakte Masorin de president gelukkig door zijn vlaggenschip naar Sardinië te sturen toen Poetin daar vakantie vierde bij zijn vriend Berlusconi. Masorin is een regelmatig bezoeker van Poetins zomerresidentie in de badplaats Sotsji. Sommige bronnen vermoeden evenwel dat hij slechts de stoel moet warm houden voor Michail Abramov (49), nu hoofd van de Noordelijke vloot.

De marine is onder Poetin, zoon van havenstad St. Petersburg en vlootliefhebber, relatief goed bedeeld door het defensiebudget. Hoewel het door landconflicten bedreigde Rusland weinig behoefte lijkt te hebben aan oceaanvloten, verkoopt de marine zichzelf met succes als nostalgisch symbool van Russische glorie en imperium.