Planbureau: ongelijkheid groeit

De maatschappelijke ongelijkheid in Nederland neemt sinds 2002 weer toe. De jaren daarvoor was die juist kleiner geworden. Vooral paren met kinderen, jongeren en laagopgeleiden gingen er de afgelopen twee jaar op achteruit. Paren met kinderen en laagopgeleiden staan er zelfs slechter voor dan in 1993.

Dit blijkt uit het vandaag verschenen rapport De sociale staat van Nederland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceert dit tweejaarlijks overzicht van hoe Nederland er in maatschappelijk opzicht voor staat in opdracht van de Tweede Kamer.

De gesignaleerde ongelijkheid heeft geen betrekking op het inkomen, maar op de `leefsituatie'. Met dit begrip poogt het SCP een bredere maatstaf dan doorgaans te hanteren van hoe het gaat met de bevolking. Het gaat bijvoorbeeld over gezondheid, wonen, sociale participatie, sportbeoefening, mobiliteit, vrijetijdsbesteding en vakantie. Over al die aspecten worden enkele relevante cijfers gecombineerd tot een getal, de leefsituatie-index. Het SCP stelt deze index sinds 1974 vast voor de bevolking als geheel en voor afzonderlijke bevolkingscategorie√ęn. De waarden worden om de twee jaar vastgesteld en gepubliceerd.

Paren met kinderen, jongeren en laagopgeleiden gingen er van 2002 tot 2004 in vrijwel alle gemeten domeinen op achteruit. De totale achteruitgang is het grootst bij de laagopgeleiden, die vooral op het bezit van duurzame consumptiegoederen, wonen en vrijetijdsbesteding flink hebben moeten inleveren. Alleenstaanden en `jongere ouderen' (65 tot 75 jaar) gingen er in dezelfde periode op vooruit.

Het SCP poogt in het rapport waar mogelijk maatschappelijke ontwikkelingen te toetsen aan streefcijfers die ministeries hebben gepubliceerd. Op een van de belangrijkste punten, deelname aan het arbeidsproces, valt die toets somber uit. Volgens het kabinet moet in 2010 70 procent van de vrouwen een baan hebben. Het percentage vrouwen met een baan is het afgelopen jaar echter afgenomen van 65 naar 64 procent. Het SCP acht de kans gering dat het kabinet de doelstelling haalt.

Ook de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen daalde en blijft achter bij de doelen van het kabinet. De arbeidsdeelname van ouderen neemt wel toe: het streefcijfer van 40 procent voor 2007 is nu al gehaald.

Op steeds meer beleidsterreinen worden streefcijfers opgesteld, maar niet altijd even realistisch. Het SCP formuleert harde kritiek op de streefcijfers van het ministerie van Onderwijs, die onder meer een ,,mix van rijp en groen, van concreet en vaag'' worden genoemd. Onderwijs haalt waarschijnlijk vrijwel geen enkele doelstelling, aldus het rapport.

Gezinnen pagina 3