`Ooit keert de muziek terug in New Orleans'

Niet iedereen verlaat New Orleans. Verslaggevers van The New York Times en persbureau AP liepen rond in het French Quarter, het muziekhart van de jazzstad.

Marty Montgomery staat op zijn balkon, op zijn mondharmonica speelt hij bluesmuziek die door de lege straten van muziekwijk French Quarter in New Orleans klinkt. De straten, zo schrijft The New York Times, waren nog nooit zo donker, zo desolaat of zo dreigend.

Op het tafeltje naast de muzikant ligt een geweer, Montgomery noemt dat geweer Kindness (`vriendelijkheid'). ,,Als er iets gebeurt en ik heb dat geweer nodig, schiet ik ze neer met Kindness'', zegt Montgomery luid tegen James Dao, verslaggever van de Amerikaanse krant – de muzikant lacht, maar hij klinkt dreigend.

Het leven in het muziekhart van de jazzstad die New Orleans is moeilijk nu. De straten waren de luidruchtigste van de stad, er was altijd muziek en feest. Het is volgens The New York Times het oudste, wildste en – dezer dagen – droogste deel van New Orleans.

De 150-jaar oude gebouwen van het French Quarter zien er relatief onbeschadigd uit. Hier en daar zijn wat stenen losgeraakt, maar de bloempotten staan nog op de balkons en de gaslantaarns bij de voordeuren branden gewoon. De weinige achtergebleven bewoners in de wijk voelen zich bedreigd, ze worden omringd door ordeloze wijken waar het water nog steeds hoog staat, waar wild wordt geplunderd en waar gewapende bendes ongestraft kunnen ronddolen.

Het huis van Montgomery maakt deel uit van een appartementenblok van vijf huizen met een binnenplaats. Tien mensen zitten in Montgomery's woning. Ze proberen zo normaal mogelijk te blijven leven – zonder stromend water, zonder elektriciteit, zonder aanvoer van vers voedsel. 's Avonds eten ze een warme maaltijd die ze op een barbecue bereiden. Ze drinken er witte wijn bij.

De mannen bij Montgomery, ze kennen elkaar van het nachtleven, hebben de lokale supermarkt beroofd om aan voedsel en water in flessen te komen. ,,Ik ben er niet trots op'', citeert The New York Times de 50-jarige John Tibbetts. ,,Maar we doen wat we moeten doen.'' De mannen geloven in de toekomst. ,,Ooit zullen de lichten weer terugkomen. De muziek zal weer beginnen. En het leven zal doorgaan'', zegt Montgomery.

Ook in andere straten van French Quarter leven nog achterblijvers. De gepensioneerde Jack Jones bijvoorbeeld. Vroeger werkte hij op een booreiland, nu is hij bang – hij heeft schoten gehoord, een paar straten verderop, 's nachts. Maar hij zal zijn huis niet verlaten. ,,Ze zullen op me moeten schieten om me weg te krijgen'', zegt hij tegen persbureau AP. ,,Ik ben hier veel beter af dan welke plaats dan ook waar ze me mee naar toe nemen.'' Jones zit met buurtgenoten in de Johnny White's Sports Bar in Bourbon Street. Na de storm van vorige week is Johnny White's meer dan een bar, zo schrijft AP. Behalve bier deelt het barpersoneel ook militair voedsel en flessen water uit aan de mensen die gewoonlijk met de muilezels door de straten lopen en T-shirts verkopen aan toeristen.

Enkele huizenblokken verderop heeft zich een groepje bewoners verschanst. ,,Wij waren de club van twaalf'', zegt de 76-jarige Carolyn Krack tegen de AP-verslaggever. Ook deze mensen gaan niet weg. Ze waren met dertien, op woensdag overleed iemand aan een overdosis drugs. Na korte onderhandelingen is het lijk door de politie afgevoerd. De club van twaalf werd gisteren een club van acht. Vier mensen maakten gebruik van bussen die onder scherpe politiebewaking achterblijvers ophaalde. De rest blijft achter.