Ongehoord niveau in Mahler bij debuut Van Zweden

Veelzeggend en opmerkelijk was het dat Jaap van Zweden zaterdagmiddag tijdens de opening van het 45ste seizoen van de Matinee juist met Mahlers Das klagende Lied zijn officiële debuut maakte als chef-dirigent van de omroeporkesten-nieuwe-stijl. Als dirigent voegde Van Zweden al een lijvig hoofdstuk toe aan de Nederlandse Mahlercultuur door bij het Orkest van het Oosten een eigen kerst-Mahlertraditie te beginnen. Ook tijdens zijn chefschap bij het Residentie Orkest (2000-2005) realiseerde hij memorabele Mahler-uitvoeringen. De sprookjescantate Das klagende Lied dirigeerde Van Zweden nog niet eerder, maar toch bereikte hij in rijkdom van kleur en contrast met het Radio Filharmonisch Orkest nu al een niet eerder gehoord niveau.

Van Zweden (1960), die ook als gastdirigent inmiddels is doorgestoten naar toporkesten in Birmingham, München, Toulouse, Parijs, St. Petersburg en Tokio, omschreef zijn komst naar de omroeporkesten vorige week in deze krant als `een droom'. Maar het was juist zijn extreem wakkere energie die zicht- en hoorbaar op het Radio Filharmonisch Orkest oversloeg, en die deze Matinee maakte tot een droomdebuut.

Das klagende Lied werd gespeeld in de originele, driedelige versie, die in Nederland niet eerder klonk. De door Mahler zelf geschreven tekst vertelt van een laffe broedermoord. Een speelman vindt een knekel van de vermoorde knaap en versnijdt die tot fluit, waaruit op de trouwerij van de moordenaar de ijle stem van de overledene tot klagen maant. Alleen al daarom verdient de orkestraal zwaardere, onconventionelere oerversie de voorkeur; daarin maken twee jongensstemmen de gruwelgeschiedenis heel direct navoelbaar.

Van Zweden is de afgelopen jaren als Mahlerdirigent enorm gegroeid, maar zijn visie op Mahler werd vanaf het prille begin gekenmerkt door een groot gevoel voor theatrale effecten. Das klagende Lied biedt met zijn enorme koorscènes, kletterend geraas en snijdend-interrumperende Fernorchester een onstuimige blauwdruk voor Mahlers latere werk. Van Zweden stuwde het Radio Filharmonisch Orkest tot eenzelfde dramatische felheid als Mahlers jeugdwerk typeert; ritmisch vlijmscherp, zorgvuldig en detailrijk en met maximale sfeercontrasten tussen zacht geweeklaag en knetterende klankerupties. Waar de slechte broer aan bod kwam, speelde het Radio Filharmonisch Orkest ook hoorbaar rauwer en boertiger dan waar het onschuldige slachtoffer, prachtig gezongen door de Tölzer jongenssopraan Alexander Kalbitz, de stem verhief. Goed bij elkaar en de muziek passend waren ook de stevige bijdragen van solisten Alessandra Marc (sopraan), Susanne Resmark (alt) en de uitstekende, invallende Nederlandse tenor Arnold Bezuyen.

Das klagende Lied werd thematisch passend ingeluid door Berio's Stanze (kamers) – veelal ook een soort klagende liederen op teksten van van Berio's lievelingsdichters. Vooral in het onrustbarende Die Schlacht verzorgden bariton Andreas Schmidt en het mannenkoor een voorbeeldige opmaat tot Mahler; nu eens onrustbarend verstild, meteen daarna juist explosief kakafonisch.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest/Groot Omroepkoor o.l.v. Jaap van Zweden. Programma met werken van Mahler en Berio. Gehoord: 3/9 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 6/9, 20 u.

    • Mischa Spel