Laatste restje naïviteit kost hockeyers Europese titel

Een krankzinnige slotfase kostte de Nederlandse hockeyers gisteren de Europese titel, en de vraag die na afloop van de 4-2 nederlaag tegen Spanje opborrelde, was uiteraard deze: kan `Holland Hockeyland' nog finales winnen? ,,Ik zou willen dat het waar was, maar voorlopig luidt het antwoord nee'', treurde doelman Guus Vogels na de desastreuze ontknoping van het EK in Leipzig, waar Nederland zich met nog 2 minuten en 23 seconden op de klok de eindwinnaar waande.

Toen sloeg het noodlot toe. Een hoge bal werd onreglementair (onvoldoende afstand) onderschept, belandde in de Nederlandse cirkel, waarna uitblinker Santi Freixa zich listig in de mangel liet nemen door verdediger Geert-Jan Derikx en aanvoerder Jeroen Delmee. Een strafbal was het opnieuw dubieuze gevolg. Dankbaar nam Spanje het cadeautje in ontvangst. Met enig fortuin pushte Freixa de bal achter Vogels: 2-2.

Nog geen minuut later kwam dezelfde Spanjaard ongelukkig ten val vlakbij de Nederlandse cirkel. Opmerkelijk genoeg werd die buiteling beloond met een vrije slag, waarbij de Spaanse strateeg Kiko Fabregas de bal feilloos op de stick legde van de plotseling voor Vogels opgedoken steraanvaller Pol Amat, die een dag eerder tegen Duitsland ook al de beslissing (2-3) had geforceerd: 2-3. Zo van de wijs gebracht, bleek het onthutste Nederland door de plotselinge ommezwaai dat Amat tien seconden later de eindstand zowaar nog op 2-4 mocht bepalen.

Woede en frustratie vochten naderhand om voorrang. Waren voorheen (Dublin 1995 en Padua 1999) strafballen en fysiek-mentale vermoeidheid (Barcelona 2003) de spelbrekers, ditmaal stonden scheidsrechterlijke dwalingen van een schutterende debutant-arbiter uit Engeland (James Pilgrim) het beoogde EK-succes het eerste in achttien jaar in de weg. ,,We zijn hier gewoon verneukt door die kerel'', foeterde verdediger Sander van der Weide, wiens erelijst voorlopig incompleet (geen Europese titel) blijft.

Witheet was ook Roelant Oltmans, maar de bondscoach onthield zich wijselijk van commentaar. Woensdag nog was hij uit zijn vel gesprongen naar aanleiding van hem onwelgevallige berichten over twee losbandige en `bierdrinkende' spelers, maar moest hij een dag later bakzeil halen op last van zijn broodheren. Ditmaal troostte hij zich met de gedachte dat ,,je het dus niet in de hand hebt''.

Toch realiseert ook Oltmans zich dat Nederland, zaterdag in de halve finale met 5-1 te sterk voor België, zo langzamerhand een trieste staat van dienst heeft opgebouwd. Na de verloren finales van `Athene' (OS 2004) en `Lahore' (Champions Trophy 2004) had de hockeyploeg zich voor de derde opeenvolgende keer ,,de kaas van het brood laten vreten'', zoals doelman Vogels (30) het verwoordde. ,,Je kan allerlei excuses aandragen, zeker vandaag, maar het eind van het liedje is dat je gewoon wéér met lege handen staat.''

`Toeval bestaat niet' mogen sporters en hun coaches graag verkondigen. Het op die gedachte gebaseerde realisme van Vogels deed verfrissend aan. ,,Om nu alles aan die scheids op te hangen, gaat mij te ver. Het gebeurt en we zijn er zelf bij. Roelant heeft er sinds zijn aantreden (januari, red.) flink wat naïviteit uitgehamerd, maar niet voldoende, zo blijkt vandaag.''

Op die kritische zelfanalyse viel weinig af te dingen. Ook Oltmans beseft dat zijn selectie stappen heeft gemaakt, maar tegelijkertijd nog een lange weg heeft te gaan. Het onderlinge kwaliteitsverschil binnen de selectie is bij Spanje minder groot, constateerde hij. ,,En van hun voorste lijn gaat meer dreiging uit.''

Maar Spanje speelt dan ook met meer durf dan Nederland, dat nog niet zo lang geleden in staat was de tegenstander bij de keel te grijpen en vast te pinnen op de eigen helft. Maar die tijden zijn voorbij. Sinds de gewonnen olympische finale van Sydney (2000) én het vertrek van `dwingende' spelers als Stephan Veen en Jacques Brinkman is de ploeg steeds afwachtender gaan opereren. Joost Bellaart zette die koers in, zijn opvolgers Terry Walsh en Oltmans trokken die lijn door.

Met als gevolg dat het eens om zijn aanvalskracht en -lust geprezen Oranje nu hooguit de tegenstander bij de middenlijn opvangt, en vooral vertrouwt en loert op de counter met pijlsnelle aanvallers als Teun de Nooijer en Karel Klaver. ,,Op termijn willen we dwingender gaan spelen, geheel in de geest van de oude en vertrouwde Nederlandse huisstijl, maar gelet op de fase waarin we ons nu bevinden is dit de meest realistische speelwijze'', erkende assistent-coach Hans Streeder.

Zorgwekkender is de constatering dat Nederland in zowel technisch als tactisch opzicht enigszins stil lijkt te staan. Zo is het in volle vaart behendig opstuiteren van de bal een kunst, bedoeld om een tegenstander op het verkeerde been te zetten, die Spanje wél en Nederland niet beheerst. Of in elk geval onvoldoende.

Streeder: ,,Maar wat wil je? Onze jeugdspelers leiden we op zandvelden op, en op die ondergrond krijg je dat driedimensionale kunstje niet onder de knie.''

Spanje wel, en na zaterdag in de halve eindstrijd afgerekend te hebben met erfvijand Duitsland, kregen de Zuid-Europeanen gisteren waar ze volgens hun coach Maurits Hendriks recht op hadden. ,,We zijn beloond voor ons gewaagde spel'', meende de oud-doelman, wiens ploeg de kunst van het winnen inmiddels verstaat. Na de Champions Trophy (december) volgde immers de tweede hoofdprijs op rij voor het elftal dat de eer toekomt het EK bevrijd te hebben uit de sinds de editie van 1991 (Parijs) Duitse wurggreep.

Vogels had dat graag anders gezien. ,,We hadden onszelf moeten belonen. In Athene was de jonge garde blij met zilver, in Lahore begon het grote balen bij die gasten en hier hadden we met dat verleden moeten en willen afrekenen.''

Nader bekeken: pagina 15

    • Mark Hoogstad