Honger in Malawi

Dankzij een technische revolutie in de landbouw is de honger in de wereld de afgelopen halve eeuw drastisch afgenomen. Nog steeds zakt het percentage van hongerigen en ondervoeden in de wereld. Zelfs in Afrika onder de Sahara is het percentage hongerigen volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) afgelopen jaren licht gezakt, van 36 procent tot 33 procent.

Achter deze cijfers gaat een harde realiteit schuil voor grote aantallen mensen. Het is de realiteit van het afgelopen zaterdag in het maandblad M beschreven dorp Dickson in Malawi waar grote aantallen kinderen en volwassenen sterven omdat de uitgeputte grond te weinig oplevert. Een geïsoleerd dorp in een vreedzaam gebied. Mensen die in hutjes leven met een versleten olieflacon en wat plastic zakken als meubilair. Sterfte en armoede die tot in de 19de eeuw ook veel in Europa voorkwamen, maar sindsdien zijn overwonnen. Juist de spectaculaire vooruitgang in voedsel- en transporttechnologie in de wereld maakt de nood in Afrika en andere arme gebieden zo schrijnend. Eén dorpeling is al veel beter af met een extra deken die hem wordt gebracht, want dan hoeft hij geen kou te lijden 's nachts. Waarom worden er dan geen balen dekens naar dat dorp getransporteerd? Waar blijft de voedselhulp?

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie zijn er nog 852 miljoen hongerigen en ondervoeden in de wereld. En hoewel het aantal hongerigen als percentage van de wereldbevolking afneemt, groeien de absolute aantallen, vooral in Afrika.

Er is geen ideale methode om de honger te bestrijden. Het kerkhof van gefaalde hulp is groot. Buitenlandse voedselhulp maakt afhankelijk, doordat binnenlandse boeren geen geld meer krijgen voor hun producten en werkloos worden. De verzonden baal dekens komt niet op de bestemming aan, maar wordt verhandeld door tussenpersonen. Afrikaanse landen worden geplaagd door klimaatverandering, verdroging, dodelijke ziekten, corruptie, analfabetisme, massale emigratie van geschoolde bewoners. Oorlog om schaarse bronnen komt vaak als genadeklap voor de bevolking. Honger is dan een wapen in handen van de krijgsheren.

Toch is het al te gemakkelijk om het geweten te sussen met de gedachte dat niets helpt tegen honger en armoede. De groeiende meerderheid goed gevoede mensen in de wereld toont aan hoe effectief honger is bestreden dankzij technische vooruitgang. In elk land en in elke cultuur is dat anders gegaan. Vorige week deed de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, nog een oproep tot concrete stappen voor een Noodfonds voor voedselhulp, landbouwirrigatie en gelijkwaardiger handelsstructuren.

Vooral aan die wereldhandel kunnen Nederland, Europa en andere landbouwgrootmachten veel verbeteren. Rijke landen vergroten de agrarische afhankelijkheid van arme landen en daarmee de honger. De landbouwsubsidies aan rijke boeren overstijgen de ontwikkelingshulp vele malen. Zo worden landbouwproducten in arme landen weggeconcurreerd. Ontwikkelingshulp is vaak mislukt, maar toch is duidelijk wat rijke landen te doen staat: stel arme boeren in staat in eigen land te floreren.